Schoolplan

De Toermalijn

 Vrijeschool voor de Bollenstreek

 

2007-2011

 

Worden wie je bent!

 


VOORWOORD

De indeling van het schoolplan 2007-2011 is afgestemd op beleidsterreinen die wij relevant vinden voor onze schoolontwikkeling. Deze beleidsterreinen vormen de focus voor onze kwaliteitszorg (zie hoofdstuk 7). Dit betekent, dat wij deze beleidsterreinen:

1. Beschrijven Wat beloven we? [zie schoolplan]

2. Periodiek (laten) beoordelen Doen wij wat we beloven?

3. Borgen of verbeteren Wat moeten wij borgen? Wat verbeteren?

De onderscheiden beleidsterreinen komen (deels) overeen met de kwaliteitsaspecten die de Inspectie van het Onderwijs onderscheidt in haar toezichtskader.

Tevens worden in deze inleiding de competenties (in de geest van de wet Beroepen in het onderwijs) die wij hanteren voor de persoonlijke ontwikkeling van onze werknemers beschreven. Deze competenties vormen de rode draad in ons integraal personeelsbeleid (zie hoofdstuk 4). De beleidsterreinen en de competenties zijn logisch gekoppeld (zie schema) en afgeleid van de zeven bekwaamheidseisen in de wet BIO.

Onze beleidsterreinen

(kwaliteitszorg)

Onze competenties

(integraal personeelsbeleid)

Afgeleid van de Wet BIO

Kwaliteitszorg

Gerichtheid op kwaliteit

Competent in reflectie en ontwikkeling (7)

Leerstofaanbod

& Toetsinstrumenten

Vakmatige beheersing

Vakinhoudelijk competent (3)

Leertijd

Gebruik leertijd

Organisatorisch competent (4)

Pedagogisch klimaat

Pedagogisch handelen

Pedagogisch competent (2)

Interpersoonlijk competent (1)

Didactisch handelen

Didactisch handelen

Didactisch en vakinhoudelijk competent (3)

Organisatorisch competent (4)

Schoolklimaat

Interpersoonlijk competent (1)

Zorg en begeleiding

Zorg voor leerlingen

Opbrengsten

Opbrengstgerichtheid

Professionalisering

Integraal Personeelsbeleid

Professionele instelling

Competent in samenwerken (collegae) (5)

Competent in reflectie en ontwikkeling (7)

Interne communicatie

Communicatie

Competent in samenwerken (collegae) (5)

Externe contacten

Communicatie

Competent in samenwerken (omgeving) (6)

Contacten met ouders

Communicatie

Competent in samenwerken (omgeving) (6)

ICT

Omgang met ICT

Vakinhoudelijk competent (3)

Levensbeschouwelijke identiteit

Handelen vanuit identiteit

Taalbeleid

In het schoolplan zijn hoofdstukken opgenomen (zie inhoudsopgave) die nader ingaan op de doelen die we stellen ten aanzien van de genoemde beleidsterreinen. In hoofdstuk 4, Integraal Personeelsbeleid, gaan we nader in op de rol en de functie van de onderscheiden competenties.


1 INLEIDING

1.1 Doelen en functie van het schoolplan.

Ons schoolplan beschrijft in de eerste plaats onze kwaliteit: onze missie, onze visie en de daaraan gekoppelde doelen. Wij spreken in dit geval van afspraken. Op basis van de huidige situatie hebben we diverse instrumenten ingezet om grip te krijgen op onze sterke en zwakke punten, en daarmee op onze verbeterdoelen voor de komende vier jaar. Het schoolplan functioneert daardoor als verantwoordingsdocument (wat beloven we?) naar de overheid, het bevoegd gezag en de ouders, en als planningsdocument (wat willen we wanneer verbeteren?) voor de planperiode 2007-2011. Op basis van ons vierjarige Plan van Aanpak (zie hoofdstuk 7.9 ) willen we jaarlijks een uitgewerkt jaarplan opstellen. In een jaarverslag zullen we steeds terugblikken, of de gestelde verbeterdoelen gerealiseerd zijn. Op deze wijze geven we vorm aan een cyclus van plannen, uitvoeren en evalueren.

1.2 Procedures voor het opstellen en vaststellen van het schoolplan

Dit schoolplan is opgesteld door twee leerkrachten van De Toermalijn die de cursus schoolplan schrijven van Dyade, in samenwerking met Cees Bos (B.O.C) hebben gevolgd. De hoofdstukken; Integraal Personeelsbeleid en Financieel Beleid, zijn door de desbetreffende mandaten opgesteld.

De leerkrachten van de school hebben door middel van vragenlijsten een inhoudelijk bijdrage geleverd. Tijdens teamvergaderingen zijn diverse onderdelen van het schoolplan besproken.

Het plan is vastgesteld door de stuurgroep van De Toermalijn.

In schooljaar 2007-2008 wordt in de praktische vergadering het onderwerp schoolplan vier maal als agendapunt ingeroosterd. Tevens komen onderdelen van het schoolplan als agendapunt op de verplichte plenaire studiemiddagen (2 x per jaar)

1.3 Verwijzingen

1.4 Bronnen

- Concept rapport periodiek kwaliteitsonderzoek inspectie van het onderwijs ( juli 2007)


2 Schoolbeschrijving

2.1. Kenmerken school

De Toermalijn, vrije school voor de Bollenstreek.

Mauritslaan 5

2181 SK Hillegom

tel: 0252 524899

e-mail: info@de-toermalijn.nl

Behorend tot: Stichting ter bevordering van de Vrije School Pedagogiek te Hillegom.

2.2. Kenmerken directie en leraren

- De organisatie kenmerkt zich door een horizontale structuur, waarbij directie en dagelijkse leiding onderdeel uitmaken van het team.

- De dagelijkse leiding is opgeleid voor leraar, heeft daarnaast een diploma voor

middenmanagement en schoolleider.

- Personeel, financiën en huisvesting zijn ondergebracht in diverse mandaten,

die verantwoording afleggen aan de stuurgroep. ( het toezicht houdend orgaan )

- De mandaten worden bemand door leden van de stuurgroep waarvan minstens 1 persoon voor deze functie is opgeleid. Behalve het mandaat huisvesting.

- De organisatie wordt ondersteund door VBS, Vereniging van Vrije Scholen en

Dyade, dienstverlening onderwijs.

- Specifieke specialismen:

De teamleden hebben de omscholing voor Vrije School leerkracht gevolgd.

Een teamlid volgt deze cursus nog.

- Tevens zijn er door verschillende personeelsleden diverse cursussen gevolgd:

P.D.D.-Nos, A.D.(H).D, autisme en gedragsproblemen, de kinderbespreking, pedagogisch didactisch onderzoek.

Een van de teamleden specialiseert zich in dyslexie. Een ander specialiseert zich in het signaleren van achterstanden in de motorische ontwikkeling.

- Opleidingen:

Er is een leerkracht met MO A+B pedagogiek.

De remedial teacher is daarvoor opgeleid.

De interne begeleiding heeft daartoe een opleiding gevolgd en zich gespecialiseerd tot begeleidingsspecialist.

Leeftijdopbouw:

Per (…)

MT

OP

OOP

Ouder dan 50 jaar

1

3

1

Tussen 40 en 50 jaar

1

4

Tussen 30 en 40 jaar

2

Tussen 20 en 30 jaar

Jonger dan 20 jaar

Totaal

2

9

1

Deeltijd / Voltijd

Van de 12 personeelsleden werken er 2 full-time.


Ziekteverzuim:

MT OP OOP

Ouder dan 55 jaar : - - -

Tussen 45 en 54 jaar: - 18.33 -

Tussen 35 en 44 jaar: - 29,07 -

Tussen 25 en 34 jaar: - 1,22 -

jonger dan 25 jaar: - - -

Het totale verzuimpercentage staat op 18,03 %

2.3 Kenmerken leerlingen

- Aantal(len)

Jaar

Totaal

1,00

1,25

1,70

1,90

Weging %

1-10-2003

91

88

3

0

1-10-2004

103

100

3

0

1-10-2005

110

108

2

0

1-10-2006

123

121

2

0

Gew. 0

Gew. 0.3

Gew. 1,2

1-8-2006

4-jarigen

17

1-8-2006

5-jarigen

17

Het grootste deel van de ouders kiest bewust voor vrije school onderwijs.

Ons aanname beleid ( zie 3.13.7) m.b.t. leerlingen die later instromen, is er op gericht dat deze kinderen passen binnen ons onderwijs.

Op onze school zijn op dit moment twee kinderen met en rugzak en een kind met

een speciaal leerprogramma en extra ondersteuning en twee leerlingen met een individuele

leerlijn .

De leerlingpopulatie kenmerkt zich niet door specifieke problemen op sociaal – emotioneel of cognitief gebied.

2.4 Ouders en omgeving

De meeste ouders die momenteel bewust voor de vrije school kiezen hebben en hoog

opleidingsniveau. Bij de start van de school was dit een gemiddeld niveau.

Het blijkt dat ouders van kinderen die instromen van andere scholen, meer een laag of gemiddeld opleidingsniveau hebben.

De meeste ouders zijn zeer betrokken bij de school.

Ouders zijn kritisch t.a.v. de organisatie, het leerstofaanbod en de ontwikkeling van hun kinderen.

De kritische houding van de ouders vraagt om communicatieve competenties van de leerkrachten. Om visie en missie duidelijk te kunnen overbrengen is de voortgang in ontwikkeling van communicatieve vaardigheden wenselijk en dus een aandachtspunt.

Actie: Voor het team zal een cursus communicatieve vaardigheden worden georganiseerd. Deze staat gepland voor schooljaar 2007-2008. ( zie plan van aanpak)

Wij hebben als vrije school ook een regionale functie. De meeste kinderen komen echter uit Hillegom.

Andere kinderen komen uit de omringende dorpen zoals: Nieuw- Vennep, Beinsdorp, Lisse, Lisserbroek, Hoofddorp en Bennebroek.

Het onderwijs is er op gericht dat men na de basisschool zowel regulier voortgezet onderwijs

kan volgen als onderwijs in de bovenbouw van de vrije scholen in Haarlem en/of Leiden.

De school staat midden in een wijk waar veel buurtkinderen spelen. Onze school grenst ook

aan een speelterrein van de gemeente.

Met de gemeente zijn afspraken over het vegen van het gemeenteterrein.

De school zelf ondervindt veel overlast door jongeren, die na schooltijd en 's avonds

nog op dit terrein vertoeven.

Er is een medewerker van de gemeente die toezicht houdt en een goed contact heeft met

de dagelijkse leiding van de school.

Ook spreekt de dagelijkse leiding bij calamiteiten zelf met de bewuste jeugd, vanuit het oogpunt sociaal burgerschap gericht op veiligheid en verantwoording van de schoolomgeving.

2.5 Prognose

Interne ontwikkelingen:

Externe ontwikkelingen:


3 Het onderwijskundig beleid

3.1. De missie van de school.

De antroposofie is de inspiratiebron voor de leerkrachten en opvoeders, die de pedagogie van het vrije school onderwijs realiseren.

Het vrije school onderwijs is gericht op een evenwichtige ontwikkeling van het denken, het voelen en het willen. Wij willen dit bereiken door het onderwijs op een kustzinnige manier in te richten en daarmee een integrale ontwikkeling tot stand te brengen: de verbinding tussen hoofd, hart en handen.

In het vrije school onderwijs wordt aangesloten bij de ontwikkeling van kinderen. Het onderwijs is in beginsel zo ingericht dat kleuters en leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen.

In de onderbouw is de klas als sociale eenheid gebaseerd op de leeftijd van de kinderen.

Het onderwijs op de vrije school is in wezen religieus: de school wil de verbinding die het kind van nature heeft met de wereld waaruit zijn geestelijke kern stamt, bewaren en verzorgen.

Zie schoolplan 2003-2007, blz. 9 t/m 12.

3.1.1 Slogan en kernwaarden

“Worden wie je bent”

Een kind komt niet als onbeschreven blad op aarde maar brengt speciale talenten en motieven met zich mee. Op de Toermalijn worden deze talenten zo goed mogelijk ontplooid. Daarbij trachten de leerkrachten steeds opnieuw te kijken naar wat het kind aan ontwikkelingsvragen stelt.

De naam van de school is geïnspireerd op deze missie. De toermalijn is een steen die verschijningsvormen in vele kleuren kent. De toermalijn geldt als metafoor voor de onderkenning van de veelkleurige talenten van de kinderen.

3.1.2 Streefbeelden

Kapstokken voor de komende vier jaar.

  1. Op onze school wordt systematisch aandacht geschonken aan de sociaal- emotionele- en morele ontwikkeling.
  2. Alle medewerkers werken aan hun persoonlijke ontwikkeling op de gebieden: communicatieve vaardigheden, didactisch handelen en klassenmanagement.

3.1.3 Missiebeleid

Beleid om de missie levend te houden:

3.2. De visies van de school

3.2.1. Levensbeschouwelijke identiteit

Het mensbeeld waarop de psychologie, pedagogie en didactiek in het vrije school onderwijs zijn gebaseerd is dat van de antroposofie. De grondslag van de antroposofie is ontwikkeld door Rudolf Steiner. ( 1862-1925)

Het antroposofisch wereldbeeld is personalistisch van aard. Het personalisme berust op de visie dat de mens mede of hoofdzakelijk wordt bepaald door een factor die niet valt te herleiden uit erfelijkheid of milieu.

De individualiteit ontstaat niet met de geboorte, er moet dus iets zijn als een voor- geboortelijk bestaan. Dit wordt relevant geacht voor de pedagogie omdat iedere verschijningswijze van een kind gerespecteerd moet worden als een uiting van zijn “komaf”, ook als die niet overeenstemt met het verwachtingspatroon van leraar of opvoeder.

Het betekent verder dat men er voor kiest dat het onderwijs gericht is op het realiseren, tot zijn recht laten komen, van wat individueel is.

In het antroposofisch mensbeeld wordt de mens beschouwd als bestaande uit lichaam, ziel en geest. Door de ziel verbindt de geest zich met lichaam.

Deze verbinding is voor een groot gedeelte afhankelijk van opvoeding en onderwijs en bepaalt hoe de mens als gezond en daadkrachtig wezen in het leven zal kunnen staan.

In de ziel, als bemiddelaar tussen lichaam en geest kan men drie krachten onderscheiden: het willen, het voelen en het denken. De ontwikkeling van de mens is een ontwikkeling in fasen, telkens van ongeveer zeven jaar. Elk van deze fasen is onder te verdelen in perioden, waarin de drie vermogens van de ziel ( willen, voelen, denken) zich in hun ontwikkeling bijzonder manifesteren.

3.2.2 Leren

De leerkracht wordt gezien als een essentiële sleutel bij de ontwikkeling van het kind. De leerkracht bepaalt het moment waarop nieuwe ontwikkelings / leerstof wordt aangeboden en geeft daar vorm aan en biedt dat aan op een klassikale wijze. De verwerking van de leerstof is gedifferentieerd. (denk even aan meervoudige intelligentie )

Het vrije school onderwijs is gericht op een evenwichtige ontwikkeling van het denken, het voelen en het willen. Beoogd wordt dat de mens zijn intenties in deze wereld bewust kan worden en innerlijk vrij kan streven naar verwezenlijking daarvan. Met andere woorden: wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik. Wij pogen dit te bereiken door het onderwijs op een kunstzinnige manier in te richten en daarmee een integrale ontwikkeling tot stand te brengen.

In de onderbouw is de klas als sociale eenheid gebaseerd op de leeftijd van de kinderen. De groep van leeftijdsgenoten, die gemeenschappelijk het leerproces doormaakt is belangrijk. Kinderen ontwikkelen zich aan elkaar. Kinderen zijn gebaat bij het ontmoeten en ervaren van verschillende kwaliteiten en tekortkomingen van hun leeftijdsgenoten en zichzelf.

3.2.3 Lesgeven ( pedagogisch-didactisch handelen)

Het lesgeven is de kern van ons werk. We onderscheiden pedagogisch en didactisch handelen, hoewel beide facetten van ons werk feitelijk onscheidbaar zijn. Van belang daarbij is: oog hebben voor het individu, een open houding, wederzijds respect en een goede relatie waarin het kind zich gekend weet.

De leeftijdsfase wordt gezien als uitgangspunt voor de pedagogische benadering en voor de keuze van de leerstof. Lichaam, ziel en geest worden gezien als drie zich in onderlinge afhankelijkheid ontwikkelde aspecten van de mens, die door het ontwikkelings- en leerproces verder gevormd worden.

De leerkrachten besteden aan de studie van de ontwikkelingsfasen van het kind veel aandacht. Een nauwkeurige beeld vorming van de kinderen door de jaren heen biedt de leerkrachten een basis voor de beoordeling en begeleiding kleuters en leerlingen. Afhankelijk van de leeftijdsfasen van de kinderen zal de leerkracht trachten:

( 0-7 jaar)

We streven in de opvoeding naar een zo breed mogelijke ontwikkeling van menselijke vermogens. Dat gaat zeker niet alleen om het verwerven van kennis, maar vooral ook om ontwikkeling van gevoel voor het sociale en het kunstzinnige en om het verkrijgen van ambachtelijke en technische vaardigheden. Hiermee wordt een stevige basis gelegd voor het latere leven en voor het functioneren in de maatschappij.

De opvoedingssituatie ontstaat uit een samenspel van bovengenoemde factoren. Daarom worden gestandaardiseerde leerprogramma’s als zodanig niet aan de kinderen aangeboden. Ze worden wel door de leerkrachten geraadpleegd.

3.2.4 Adaptief Onderwijs

Op onze school wordt adaptief onderwijs gegeven. We vinden met name de kernwoorden relatie, autonomie en competentie van belang. We hechten aan een goede relatie met de leerlingen, vinden zelfstandigheid belangrijk en richten ons op wat het kind kan om daarbij aan te sluiten. In hoofdstuk 1.4 beschrijven we onze onderwijskundige uitgangspunten. Met betrekking tot adaptief onderwijs hebben we de volgende keuzes gemaakt:

We gaan uit van verschillen, accepteren ze en laten leerlingen zich allemaal op eigen niveau ontwikkelen.

3.2.5 Zorg

De zorgverbreding binnen onze school is er op gericht om leerlingen die hulp nodig hebben vroegtijdig te signaleren. Om goed zicht te krijgen op zorgleerlingen gebruikt de school het dyslexieprotocol, Cito toetsen voor spelling, rekenen en wiskunde, Avi toetsen en een sociaal-emotionele screeningslijst ( denken, voelen, willen)

Voor de kleuters hanteren wij de lijst kleuterontwikkeling voor vrije scholen en het schoolrijpheidsonderzoek.

Door middel van periodieke onderzoeken en peilingen wordt vastgesteld of de ontwikkeling

( rijping ) van het individuele kind zich naar wens voltrekt.

Voor kinderen die in aanmerking komen voor extra zorg wordt een handelingsplan opgesteld. ( zie zorgplan en KK 10)

3.2.6 Beroepshouding

Het is voor de kwaliteit van de school van belang, dat de werknemers niet alleen beschikken over lesgevende capaciteiten. Op De Toermalijn wordt veel waarde gehecht aan de professionele instelling van de werknemers, aan een juiste beroepshouding. Daarbij gaat het erom, dat alle werknemers

3.2.7 Leiderschap

De organisatie van de school kenmerkt zich door een horizontale structuur, waarbij de dagelijkse leiding en de directie deel uit maken van het team.

Ieder teamlid is mede verantwoordelijk.

In pedagogische en praktische vergaderingen worden op democratische wijze besluiten genomen.

In 2007 is er gestart met een oriëntatie op een nieuwe organisatiestructuur.( zie plan van aanpak)

3.3 Onderwijskundig concept

Het onderwijs op de Toermalijn richt zich op de motorische, emotionele en verstandelijke ontwikkeling van de leerlingen, op het tot ontwikkeling brengen van hun creativiteit en zelfstandigheid en op het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden. De onderwijskundige vormgeving, tezamen met de kerndoelen, geven uitdrukking aan deze brede vorming van de leerlingen.

Onze school heeft een aantal principes vastgesteld voor kwalitatief goed onderwijs. Ten aanzien van ons onderwijs zoeken we naar een goede balans tussen de aandacht voor de cognitieve ontwikkeling en de sociaal/emotionele ontwikkeling van de kinderen. Van belang zijn de volgende aspecten:

3.4 Levensbeschouwelijke identiteit ( KK1)

De Toermalijn is een Vrije School, waar wordt gewerkt vanuit het antroposofisch mensbeeld. Daarin staat de ontwikkeling van de mens centraal.

Het leerplan is gebaseerd op de ontwikkelingsfasen van het kind. De leerstof wordt daarbij gezien als ontwikkelingsstof. Het is een middel waarmee het kind als denkend, voelend en willend mens zo volledig mogelijk tot ontwikkeling wordt gebracht.

De term “vrije” in de naam Vrije School duidt niet op een sfeer waarbinnen kinderen kunnen doen en laten wat ze willen. Het onderwijs binnen de Toermalijn wordt op duidelijk gestructureerde wijze gegeven, waarbij respect en daarmee het besef van normen en waarden belangrijk wordt geacht. De term “vrije” hangt samen met de wil om “vrij” te zijn van te ver doorgevoerde overheidsbemoeienis rond de vorm en de inhoud van het onderwijs. We vinden het van wezenlijk belang dat onderwijs op de diverse scholen volgens eigen inzichten kan worden gegeven en dat ouders / verzorgers de mogelijkheid hebben om te kunnen kiezen.

De Toermalijn staat open voor kinderen, ouders en verzorgers van iedere gezindte. Wij keuren iedere vorm van discriminatie of racisme af. Leerkrachten, medewerkers en stuurgroep gaan zonder vooroordelen met iedereen om, onafhankelijk van sociale, culturele, religieuze of ethische achtergrond.

Het vrije school onderwijs is Bijzonder Neutraal. “Bijzonder” wil zeggen dat wij een eigen onderwijssysteem hanteren en “neutraal” houdt in dat men er met elke geloofsovertuiging terecht kan.

Er worden geen godsdienstlessen gegeven, verhalen uit de bijbel worden gebruikt als vertelstof en om culturele waarden. Kerst, Pasen en Pinksteren worden als jaarfeest gevierd, waarbij het accent ligt op het respect voor elkaar, saamhorigheidsgevoel en de natuur.

De jaarfeesten zijn gebaseerd op de christelijke kalender. De Toermalijn wil om de integratie met andere culturen te bevorderen zich gaan oriënteren op mogelijkheden om bijv. islamitische feesten in ons onderwijs te integreren.

(zie plan van aanpak)

3.5 Leerstofaanbod en Toetsinstrumenten ( KK2 )

Het onderwijs op de Toermalijn richt zich op de motorische, emotionele en verstandelijke ontwikkeling van de leerlingen, op het tot ontwikkeling brengen van hun creativiteit en zelfstandigheid en op het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

De kerndoelen zoals die verwoord staan in “Ik zie rond in de wereld” zijn een leidraad voor ons onderwijs.

Kleuters:

In de kleuterklas staat het spel en de ontwikkeling van de fantasie centraal. Kinderen tot 7 jaar bootsen veel van de volwassenen na. Dat zie je in hun spel terug. Daarom is het belangrijk dat de leerkracht een voorbeeld voor ze is.

We laten de kleuter zoveel mogelijk de wereld op zijn eigen wijze ervaren. De zo ontwikkelde begrippen zijn gevuld met eigen belevingen en vormen een gezonde basis om het kind te laten uitgroeien tot een actief lerend schoolkind.

De kleuters worden in heterogene groepen opgenomen en blijven gedurende hun kleutertijd zo veel mogelijk bij dezelfde leerkracht. Die begeleidt elk kind in die periode en gaat in op de individuele ontwikkelingsbehoefte.

Met het vrije spel wordt de lichamelijke en zintuiglijke ontwikkeling van de kleuters gestimuleerd, de grove en fijne motoriek geoefend en de fantasie in beweging gezet. Door het omgaan met elkaar in het spel wordt de sociale ontwikkeling geoefend. Natuurlijk is de leerkracht van belangrijke invloed op het gehele proces.

De oudste kleuters hebben naast het vrije spel meer individuele impulsen van de leerkracht nodig. Deze kleuters kunnen tijdens het vrije spel van de leerkracht opdrachten krijgen.

Kleuter- euritmie is het enige specifieke vrije school vak. Deze bewegingsvorm spreekt de kinderen aan in het bewustzijn voor tonen en klanken. Het uitgangspunt is dat de kinderen zich via het gesproken woord en levende muziek kunnen verbinden in hun gevoelsleven met klanken en tonen.

Taal en spraak ontwikkelen zich bijzonder sterk in de kleuterfase. De leerkracht komt tegemoet aan de natuurlijke drang tot spreken en de behoefte om te luisteren van de kleuters. De Taalontwikkeling en het laten ontstaan van beelden bij de kinderen wordt gestimuleerd door een aantal dagen achter elkaar hetzelfde verhaal te vertellen.

Door het arbeidsspel (bewegingsverhaal) wordt de grove en fijne motoriek van de kleuter ontwikkeld. Er wordt inzicht gegeven in de begrippen door middel van de beweging achter de woorden en de kinderen leren deze begrippen in de juiste context te gebruiken.

Tijdens het tekenen, schilderen, boetseren en handvaardigheid ontwikkelen de kinderen gevoel voor kleur en vorm. Daarom wordt er niet met opdrachten gewerkt waarbij vooraf vaststaat wat de uitkomst moet zijn.

We vragen ons af of het wenselijk is om op het schoolse leren voorbereidende activiteiten te integreren in het onderwijs aan kleuters.

Onderbouw

Voor de kleuter is het vanzelfsprekend dat zijn daden, beleven van de wereld en denken nog min of meer onbewust en dromend plaats vinden. Daardoor heeft de kleuter al zijn kracht kunnen stoppen in de opbouw van zijn lichaam.

Als de opbouw van het lichaam is afgerond ( er vindt alleen nog groei plaats) komt de opbouw-kracht beschikbaar voor wakkere denkprocessen.

Vanaf ongeveer het zevende jaar kunnen kinderen bewust worden aangesproken op deze ontwikkeling.

Het is van het grootste belang dat dit bewustzijn niet kaal of abstract gevormd wordt.

De vaardigheden lezen, schrijven en rekenen proberen wij zo aan te leggen dat ze voor de kinderen een hulpmiddel zijn bij hun eigen ontwikkeling.

Het leren in de onderbouw vindt plaats door middel van menselijk contact. Wat door de leerkracht behandeld wordt kleedt hij in beelden, en vanuit de verhalen en beelden die door hun inhoud een steun zijn voor het geheugen, worden de begrippen ontwikkeld.

Ook ritme en beweging zijn middelen om het geheugen te versterken en zorgen dat niet alleen het hoofd, maar ook de ledematen worden aangesproken.

Alle vormgeving is kunstzinnig: tekenen, schilderen, boetseren, muziek en toneel vormen een integraal bestanddeel van het totale onderwijsaanbod.

Kenmerkend voor het lesrooster op de Toermalijn is, dat gebruik wordt gemaakt van het zgn. periodeonderwijs. Gedurende een drie of viertal weken worden de eerste twee lesuren aan een bepaald vak gewijd. Hierbij wordt dan de nieuwe leerstof aangelegd en de reeds aangeboden leerstof geoefend.

Dit brengt een enorme intensivering met zich mee. Iedere dag kan voortgebouwd worden op wat de vorige dag behandeld is.

Buiten de periode worden vakken als rekenen en taal tijdens oefen-uren extra ingeoefend.

De onderwijsstof wordt grotendeels klassikaal aangeboden. De verwerking van de lesstof vindt door elke leerling individueel plaats, op eigen wijze en naar eigen vermogen.

De verstelstof vormt een belangrijk onderdeel in het onderwijs in de onderbouw. Het tijdstip waarop met de verschillende verhalen wordt begonnen is mede afhankelijk van de geaardheid van de (combinatie) klas.

Kleuters:

Voor de oudste kleuters wordt twee maal per jaar een lijst ingevuld waarmee de ontwikkeling van het kind kan worden gevolgd. Zonodig worden bij individuele leerlingen de screeningslijst van het dyslexieprotocol afgenomen.

In 2007 is een begin gemaakt met het testen van oudste kleuters op de leervoorwaarden voor rekenen en taal.

Klas 1.

Voor de eerste klas hanteren wij behalve het protocol dyslexie geen genormeerde toetsen, maar toetsen die door de leerkracht worden samengesteld aan de hand van de aangeboden lesstof.

Klas 2 t/m 6

Voor toetsinstrumenten en tijd van afname zie: Toetskalender.

Omgaan met en leerstofaanbod voor meerbegaafde leerlingen.

Binnen onze indeling van het klassensysteem en binnen het systeem van het periode onderwijs bestaat voor meerbegaafde kinderen de mogelijkheid om zich extra in de materie te verdiepen.

Hoogbegaafde kinderen kunnen op elk tijdstip waarbij ze klaar zijn met hun extra werk, zich inzetten voor een onderdeel naar eigen keuze.

3.6 Taalbeleid ( KK3)

Visie:

De taal maakt mede de mens tot mens. De taal beperkt zich niet tot het functioneel communicatieve aspect, maar het is veel meer dan dat. Taal is het uitdrukkingsmiddel waarmee de mens alles wat in hem leeft kan verwoorden. Ook geeft het de mens grip op de buitenwereld door die te benoemen.

Afspraken:

  1. We hebben een heldere visie m.b.t. taal geformuleerd.
  2. Het taalbeleid is uitvoerig beschreven in het schoolplan 2003-2007
  3. Er is een doorgaande leerlijn per klas samengesteld waarbij de doelen als eindtermen per leerjaar kunnen worden gezien.
  4. De leerkracht hanteert eigen toetsen na een periode.
  5. Twee maal per jaar worden genormeerde toetsen afgenomen voor technisch lezen en spelling. Er wordt gewerkt met een toetskalender.
  6. Voor Begrijpend lezen wordt vanaf klas 3 een methodegebonden toets gebruikt.
  7. We willen het spellingsonderwijs scherper in beeld krijgen. De methode Zuid Vallei dient als leidraad bij het samenstellen van de spellingslessen. De leerkrachten hebben expertise in het werken met deze methode.
  8. Het dyslexieprotocol is ingevoerd voor de gehele school. ( zie dyslexieprotocol)

Beoordeling:

De afspraken worden een maal per vier jaar beoordeeld door het team. (zie evaluatieplan)

Verbeterpunten:

Leerkrachten moeten geschoold worden in het hanteren van de methode Zuid Vallei.

Een genormeerde toets voor begrijpend lezen invoeren.

( zie plan van aanpak)

3.7 Sociaal-emotionele ontwikkeling ( KK4) Levenskunst

Visie:

In de eerste plaats zijn het de leraren en andere medewerkers van de school die zorgdragen voor de hygiënische omstandigheden en het welzijn van de leerlingen, als voorwaarde voor optimale leerprocessen. Voor wat betreft de bevordering van gezond gedrag van de leerlingen zelf lijkt het ons niet in de eerste plaats van belang dat zij weten wat het gewenste gedrag is, maar dat er een attitude gevormd wordt die leidt tot gezond gedrag. Bij deze attitude vorming speelt het voorbeeld gedrag van de bij de school betrokken volwassenen wellicht de grootste rol. Daarnaast zij uiteraard bepaalde kennis inhouden en inzichten van belang die het gedrag richting moeten geven. Dit “weten”zal echter o.i. nauwelijks effect hebben op het gedrag, als het alleen rationeel weten is en niet is verankerd in het wils- en gevoelsleven.

Het onderwijs is er opgericht dat de leerlingen:

Afspraken:

  1. Onze school besteedt structureel en systematisch aandacht aan de schoolregels (zie afsprakenmap)
  2. Onze school beschikt over een LVS voor sociaal-emotionele ontwikkeling.
  3. De sociaal emotionele ontwikkeling komt aan bod tijdens de leerlingenbespreking.
  4. De leerlingen vullen vanaf de kleuterklas, tweejaarlijks een vragenlijst in.
  5. Indien er een thema speelt kan de leerkracht putten uit de op school aanwezige methode: Kinderen en omgaan met waarden en normen.
  6. Indien nodig zijn er klassengesprekken over sociale interactie.
  7. Indien nodig wordt er extra geobserveerd m.b.t. de sociale interactie.
  8. Indien nodig maakt de leerkracht een sociogram van de klas.
  9. De school beschikt over een pestprotocol. ( zie pestprotocol)
  10. De school beschikt over pleinregels en omgangsregels ( zie afsprakenmap)

De Toermalijn staat open voor kinderen, ouders en verzorgers van iedere gezindte. Wij keuren iedere vorm van discriminatie of racisme af. Leerkrachten, medewerkers en stuurgroep gaan zonder vooroordelen met iedereen om, onafhankelijk van sociale, culturele, religieuze of ethische achtergrond.

3.8 Actief Burgerschap ( KK5 )

Visie:

Onze school wil actief bijdragen aan attitudevorming dat leidt tot gezond gedrag. De bevordering van gezond gedrag gaat uit van het weten wat gewenst gedrag is.

Dit weten is niet alleen rationeel, maar is ook verankerd in het wils- en gevoelsleven.

Onze school wil de kinderen opvoeden tot sociale, democratisch ingestelde en participerende burgers.

Bij deze attitudevorming speelt het voorbeeldgedrag van de bij de school betrokken volwassenen een grote rol.

Afspraken:

Democratie:

  1. We werken met homogeen samengestelde leeftijdsgroepen. Kinderen van de diverse groepen ontmoeten elkaar regelmatig tijdens pauzes, vieringen en samenkomsten.
  2. Leerlingen worden zoveel mogelijk gestimuleerd te participeren in de klassenkring.
  3. We proberen, waar mogelijk afspraken en regels samen met de kinderen op te stellen, besluiten te nemen en problemen samen op te lossen.
  4. Er is een anti-pest aanpak (zie pestprotocol)
  5. Kinderen nemen deel aan de schoolkrant.
  6. De leerlingen van klas 5/6 doen mee aan de 4-5 Meiviering.

Participatie:

  1. Vanaf klas 1 helpen de kinderen bij het opruimen van het lokaal.
  2. Regelmatig is er een pleinopruimactie.
  3. Hulpmentor voor leerlingen uit een lagere klas.

Identiteit:

  1. De leerlingen bezoeken in klassenverband buitenschoolse instanties.
  2. De leerlingen leren samenwerken met verschillende kinderen.
  3. De kinderen leren hun eigen schoolomgeving kennen.
  4. De kinderen bezoeken bijzondere plekken van het dorp.
  5. Er worden feesten met een religieuze achtergrond gevierd.
  6. Bezoek aan religieuze instelling.
  7. Het bij toerbeurt adopteren van het bevrijdingsmonument.
  8. In klas 5/6 zijn er periodes over geestelijke stromingen.
  9. In ons onderwijs wordt er gebruik gemaakt van historische bronnen.

Beoordeling:

De dagelijkse leiding beoordeelt 1x per vier jaar het actief burgerschap.

Verbeterpunten:

Het bezoeken of post sturen aan zieke leerlingen/leerkrachten.

Bijwonen religieus ritueel. ( zie plan van aanpak)

3.9 ICT ( KK6)

Visie:

De visie op het gebruik van computers op de Toermalijn als vrije school is behoudend,

omdat voor jongere kinderen de directe relatie en overdracht van leerkracht en leerling meer wenselijk wordt geacht. ( zie missie en visie)

Afspraken:

- De school beschikt over een afgeschermde computerhoek.

Beoordeling:

Verbeterpunten:

3.10 Leertijd ( KK7)

Visie:

We willen de leertijd zo effectief mogelijk besteden. We vinden de leertijd een belangrijke factor voor onze leerlingen. We streven er naar verlies van leertijd te voorkomen. In principe trachten wij de einddoelen na acht jaar onderwijs te halen. Voor leerlingen waarbij dat niet mogelijk blijkt, wordt een individuele leerlijn vastgesteld.

Afspraken:

  1. Vijf minuten voor aanvang van officiële schooltijd signaal geven opdat de kinderen naar binnen gaan, om op de vastgestelde begintijd te kunnen beginnen.
  2. We kennen twee dagelijkse pauzes van respectievelijk 15 en 30 minuten.
  3. De leraren bereiden zich schriftelijk voor.
  4. De leraren hanteren een effectief klassenmanagement.
  5. De leraren variëren de hoeveelheid leertijd afhankelijk van de onderwijsbehoeften.
  6. Op schoolniveau wordt er voldoende onderwijstijd gepland.
  7. Ieder schooljaar wordt een helder rooster opgesteld.

Beoordeling:

  1. Leraren spreken elkaar aan over de afgesproken begin-en pauzetijden.
  2. De intern begeleider controleert de leraren op punt 3 en 4.
  3. De leraren variëren de hoeveelheid leertijd afhankelijk van de toetsresultaten.
  4. Het lesrooster wordt met het hele team doorgesproken en eventueel bijgesteld.
  5. De onderwijstijd wordt door de dagelijkse leiding gecontroleerd en door de inspectie van onderwijs.

Verbeterpunten:

  1. Het omgaan met de begin- en pauze tijden is nog te vrijblijvend, te afhankelijk van de op dat moment aanwezige leerkracht. Er wordt bekeken of er één persoon verantwoordelijk voor kan worden gemaakt. Agenda punt eerste praktische vergadering van een nieuw schooljaar.
  2. Klassenmanagement blijft een aandachtpunt. De intern begeleider roostert in de begeleiding van de leerkrachten meer tijd in om op dit punt. Ingaande schooljaar 2007/2008. Evaluatie in de laatste plenaire verplichte studiedag.
  3. Meer efficiënte leertijd en zelfverantwoording van de leerling. ( zie plan van aanpak)

3.11 Pedagogisch Klimaat ( KK8)

Visie:

Onze leraren zijn van cruciaal belang. Zij hebben ook een vormende en opvoedende taak. Daarom vinden we het belangrijk, dat leerlingen goed met zichzelf en met anderen kunnen omgaan. Leraren creëren daartoe een veilig en gestructureerd klimaat waarin kinderen zich gewaardeerd en gerespecteerd voelen. Kernwoorden zijn: relatie, competentie en autonomie. Wij hechten veel waarde aan een positieve en motiverende leraar, een begeleider die ervoor zorgt, dat de leerlingen het werk zelfstandig en samen met anderen, kunnen doen. Daarbij hanteren we duidelijke regels en afspraken. (zie kwaliteitskaart)

Afspraken:

Beoordeling:

De beoordeling van de afspraken en ontwikkelingsdoelen komt aan de orde bij de halfjaarlijkse klassenbezoeken door de intern begeleider. Tijdens functioneringsgesprekken en in het PAP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen aan.

3.12 Didactisch handelen (KK9)

Visie:

De didactiek van de vrije school wordt het meest gekarakteriseerd door het geven van periodeonderwijs. Periodeonderwijs is een vorm van modulair onderwijs. Gedurende enkele weken achtereen krijgen kinderen hetzelfde vak aangeboden in de eerste twee uren van de ochtend. De kleutertijd kent deze periode indeling niet, daar is het dagelijks terugkerende vaste ritme het uitgangspunt voor de methode van werken. Deze werkwijze (periodeonderwijs) heeft grote vakinhoudelijke voordelen, maar ook didactisch geeft deze vele mogelijkheden, waaronder de waardevolle reflectieve momenten die ontstaan in de “nacht”, en ten gevolge van het “vergeten”na afloop van de periode.

Er gelden twee schijnbaar tegengestelde principes in de didactiek. Rudolf Steiner gaf enerzijds het advies, om bij alles dat kinderen moeten leren, naast de opmerkzaamheid ook vooral het gevoelsleven een plaats te geven.

Wat geleerd wordt, is toegankelijker voor de herinnering; wanneer met de inhoud gevoelens van vreugde of verrassing verbonden worden. In moderne didactische termen zouden we nu zeggen dat het onderwijs uit moet gaan van een rijke context. Het periodeonderwijs biedt daarbij uitstek de gelegenheid voor. Dat is een eerste uitgangspunt van het vrije school onderwijs.

Voor vakken als taal en rekenen verschuift het accent wat betreft het oefenen, automatiseren en toepassen voor een groot deel van het periodeonderwijs naar zogenaamde oefenuren.

De vrije school is een plaats waar wat te beleven valt, waar kinderen levensecht leren en actief werken.

Afspraken:

Beoordeling:

De beoordeling van de afspraken en ontwikkelingsdoelen komt aan de orde bij de halfjaarlijkse klassenbezoeken door de intern begeleider. Tijdens functioneringsgesprekken en in het PAP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen aan.

Verbeterpunten:

3.13 Zorg en begeleiding ( KK10)

Visie:

De zorgverbreding binnen onze school is erop gericht om leerlingen die hulp nodig hebben vroegtijdig te signaleren. Dit is in eerste instantie een aangelegenheid van de klassenleerkracht. Door middel van periodieke onderzoeken en peilingen wordt vastgesteld of de ontwikkeling (rijping) van het individuele kind zich naar wens voltrekt. ( zie toetskalender)

Afspraken:

Het dyslexie protocol wordt vanaf de oudste kleuters gehanteerd voor die kinderen die meer dan twee uitvallende items hebben op de screeningslijst. Ook is het dyslexie protocol voor de hele school ingevoerd. ( zie dyslexieprotocol)

De kinderen van de eerste klas, die de toetsen van het dyslexie protocol niet halen komen in aanmerking voor het tweede klas onderzoek.

3.13.1 Tweede klas onderzoek

Het tweede klas onderzoek kijkt vooral naar de leervoorwaarden vanuit een antroposofische visie. Het is een observatie instrument dat bestaat uit een aantal onderdelen. Te weten:

- motorische vaardigheden

Op uitvallende elementen wordt actie ondernomen, die kan bestaan uit oa.:

-extra begeleiding buiten de klas

3.13.2 Niveaus van zorg

Wanneer komt een leerling in aanmerking voor extra zorg?

Er zijn meerdere mogelijkheden:

-de leerkracht signaleert na een periode of d.m.v. toetsgegevens dat een leerling bepaalde stof nog niet beheerst.

-in de didactische vergadering waar opvallende kinderen wekelijks worden besproken blijkt dat er iets aan de hand is.

-n.a.v. de toetsgegevens die twee maal per jaar in het team worden besproken blijkt uitval.

-na een kinderbespreking,1 maal per 14 dagen, komt er een opvallend punt naar voren.

Dan wordt er actie ondernomen.

Er zijn verscheidene mogelijkheden die je in niveaus van zorg kunt onderbrengen:

Niveau 1: de leerkracht maakt een handelingsplan en geeft de leerling binnen de klassensituatie extra aandacht op het probleemgebied. De leerkracht noteert de extra hulp op een speciaal formulier.

Niveau 2: de leerling blijft binnen de klassensituatie en krijgt hulp van een klassenassistente, aangestuurd door de leerkracht. Notatie van de hulp op het formulier.

Niveau 3: de leerling wordt extra begeleid buiten de klas door een intern deskundige:

Remedial teacher, logopediste, kunstzinnige therapeut, euritmist.

Niveau 4: er wordt advies gevraagd aan extern deskundigen uit het speciaal onderwijs die tips geven aan de leerkracht of de remedial teacher. Zij begeleiden de zorg aan de leerling.

Niveau 5: de leerling wordt door extern deskundigen onderzocht. Meestal volgt er een verwijzing naar het speciaal basisonderwijs.

3.13.3 De aanvraag voor extra begeleiding buiten de klas.

Als de leerkracht interne deskundigheid wil inroepen ( niveau 3 ) maakt zij/hij daarvan melding in de didactische vergadering. De vergadering beslist welke kinderen daadwerkelijk geplaatst worden voor een periode ( 6-8 weken) ondersteuning buiten de klas.

De leerkracht vult een aanmeldingsformulier in, waarin de problemen worden omschreven. Als de deskundige een duidelijk beeld van de problemen heeft maakt hij een Plan van Aanpak. Indien dit niet het geval is volgt er aanvullend onderzoek. ( bij RT)

Een verlenging van een periode wordt voorgesteld door de intern deskundige en meestal door de didactische vergadering gehonoreerd.

Ouders krijgen altijd melding als hun kind op niveau 3 wordt begeleid, of als de begeleiding wordt stopgezet.

Indien het aantal RT aanmeldingen de beschikbare plaatsen overschrijdt, wordt er in samenspraak met de leerkracht een plan van aanpak voor in de klassensituatie gemaakt.

3.13.4 Kinderbespreking

Op de Toermalijn zijn twee vergaderdagen, de dinsdag - en de donderdagmiddag van 15.00-16-30 uur

.De pedagogische vergadering wordt gevuld met de kinderbespreking en de antroposofische teamstudie. In de didactische vergadering worden er didactische - en regelzaken besproken.

Een kind komt in de kinderbespreking op verzoek van de leerkracht. De leerkracht vraagt toestemming aan de ouders en heeft een biografie gesprek. De leerkracht beschrijft het kind in de pedagogische vergadering. Dit gebeurt aan de hand van een lijst die speciaal voor de antroposofische kinderbespreking is ontwikkeld. De leerkracht streeft ernaar geen oordeel uit te spreken. Aan het eind van de eerste bespreking stelt de leerkracht de hulpvraag. Iedere deelnemer aan de pedagogische vergadering denkt een week over het kind na en probeert voor het slapen gaan, het kind voor zich te zien. In de tweede bespreking volgt een opsomming van punten die iedere deelnemer is bijgebleven. Eventuele “beelden” van het kind worden besproken en geanalyseerd. Hierna volgen de adviezen. De adviezen kunnen op ieder niveau van zorg worden gegeven.

De ouders krijgen na de kinderbespreking een nagesprek met daarin ook eventuele adviezen voor thuis.

3.13.5 Remedial teaching

De kerntaken van de remedial teacher zijn als volgt:

leerlingen diagnosticeren

oplossingen beoordelen en kiezen

oplossingen toepassen

plan van aanpak opstellen

plan van aanpak uitvoeren

plan van aanpak evalueren

RT-periodes evalueren in de didactische vergadering

eventueel nieuw plan van aanpak opstellen

in overleg met klassenleerkracht, ouders en IB, externe hulp inschakelen

Beoordeling:

De evaluatie van de RT vindt plaats in de didactische vergadering.

De evaluatie van de logopedist en euritmist wordt met de klassenleerkracht besproken.

De kunstzinnig therapeut heeft een nagesprek met de ouders en met de desbetreffende leerkracht.

Verbeterpunten:

- Het formuleren van een juiste probleemomschrijving.

( zie plan van aanpak).

3.13.6 Spellinggroep

Visie:

Kinderen van klas 4 t/m 6 die na een periodetoets of Citotoets uitvallen op spelling ( Cito D/E) komen in aanmerking voor de spellinggroep.

Afspraken:

De kinderen krijgen individueel een instapdictee welke na analyse wordt omgezet in een individueel oefenprogramma dat door de IB-er wordt begeleid.

Beoordeling:

Twee maal per jaar.

3.13.7 Aannamebeleid

Visie:

Bij aanmelding van een leerling voor klas 1 t/m 6 is ons principe dat onze school de aangemelde leerling een plek moet kunnen bieden welke toegevoegde waarde heeft.

Tevens kijken wij of het kind binnen de groepssamenstelling past.

Afspraken:

Er is een gesprek met de ouders. Er wordt contact opgenomen met de vorige school.

Het kind is gedurende drie dagen bij ons op school en wordt door klassenleerkracht en IB-er “bekeken”. De eventuele aanname wordt in de pedagogische vergadering besproken en besloten.

Bij SBO of SO verwijzing is aanname niet gegarandeerd. ( zie LGF )

Beoordeling:

De aannameprocedure wordt 1 maal per vier jaar in de pedagogische vergadering besproken. ( zie plan van aanpak)

3.13.8 Leerling-gebonden financiering

Visie:

De intentie van de Toermalijn is dat kinderen met een handicap in principe aangemeld kunnen worden.

De onderwijskundige voorwaarden op de Toermalijn kunnen geschikt gemaakt worden voor kinderen met een handicap. Het gebouw is echter niet geschikt voor rolstoelgebruik.

Afspraken:

- Bij de toelatingsprocedure wordt het volledige team betrokken, waarbij de haalbaarheid van het toelaten van het kind wordt besproken. Uitgangspunt is: mogelijkheden van de leerling, van de klas, van de leerkracht.

- Aanname gebeurt na instemming van het hele team.

- De leerkrachten zijn bereid externe deskundigheid in te roepen. Tijdens de lessen extra ondersteuning te bieden of externe deskundige voor extra begeleiding toe te laten.

- De ervaring leert ons dat regelmatige evaluatie met alle betrokkenen noodzakelijk is.

- Leerlingen worden voorbereid in het leren omgaan met kinderen met een handicap.

- Indien de plaatsing van de leerling met een handicap voor desbetreffende leerling, klas of leerkracht onwenselijk wordt moet (terug) plaatsing in het speciaal onderwijs mogelijk blijven.

- Indien wenselijk voor de leerling zijn extra materialen ( computer) in te zetten, gefinancierd uit het LGF.

Beoordeling:

Beoordeling vindt plaats in de pedagogische vergadering en in geplande en noodzakelijke evaluaties met de betrokkenen.

3.13.9 Beleid m.b.t. langdurig zieken

Visie:

Leerlingen die door een langdurige of chronische ziekte veel onderwijs missen, hebben recht op een procedure die ervoor zorgt dat een eventuele leerachterstand voorkomen wordt.

Afspraken:

Voor leerlingen met een langdurige of chronische ziekte die door hun ziekte veel onderwijs missen en daardoor een leerachterstand kunnen oplopen, is het protocol Onderwijs aan Zieke Leerlingen van kracht. ( zie protocol in afsprakenmap)

Dit protocol heeft een relatie met de zorgprocedure binnen de school.

Beoordeling:

De afspraken worden 2 x per vier jaar beoordeeld door de intern begeleider. (Zie plan van aanpak)

3.13.10 Individuele leerlijn

Visie:

Voor leerlingen die ondanks de zorg op alle niveaus ( zie zorgplan) niet kunnen meekomen met het reguliere programma van de klas wordt een individuele leerlijn vastgesteld. Hiermee beogen wij dat de leerling binnen het sociale leeftijdsverband van de klas kan blijven.

Gezien onze onderwijs visie ( zie missie en visie) heeft deze keuze meestal de voorkeur.

Afspraken:

Voor deze leerling wordt na ( extern) onderzoek een eindniveau gedefinieerd. Door middel van handelingplannen probeert de school deze prognose lijn te realiseren. Als blijkt dat deze lijn of het te verwachte eindniveau niet meer realistisch is, wordt de lijn en het eindniveau bijgesteld. Dit kan een hoger of lager niveau betekenen.

Aanvraag van een individuele leerlijn gebeurt op initiatief van de leerkracht, na overleg met de intern begeleider en de ouders.

Als het eindniveau is bepaald wordt deze op het formulier Individuele Leerlijn ( zie afsprakenmap) vastgesteld en met de ouders besproken.

Het formulier wordt door ouders en intern begeleider ondertekend en komt in de map van het leerlingvolgsysteem. Een kopie wordt aan de ouders verstrekt.

Beoordeling:

Eenmaal per jaar beoordeelt de intern begeleider de opzet van de individuele leerlijn.

3.13.11 Doubleren

Visie:

Doubleren gebeurt in de Vrije school in uitzonderlijke gevallen omdat wij bewust uitgaan van de indeling in leeftijdgroepen. ( zie missie en visie)

Afspraken;

Het advies om een leerling toch te laten doubleren is een keuze die gebaseerd is op de emotionele ontwikkeling van de leerling.

Meestal blijft een leerling die achterblijft in de cognitieve ontwikkeling, in zijn leeftijdsgroep en krijgt een aangepast programma of eventueel een individuele leerlijn.

Beoordeling:

Indien van toepassing is er wekelijks de mogelijkheid een leerling in te brengen in de pedagogische vergadering.

Twee maal per jaar worden alle leerlingen besproken aan de hand van o.a. de toetsresultaten.

3.14 Opbrengsten (van het onderwijs) ( KK11)

Visie:

Ons onderwijs is geen vrijblijvende aangelegenheid. Wij willen de kinderen in het kader van denken, voelen en willen, zo breed mogelijk ontwikkelen. ( zie 3.2.2.1.)

We achten het van belang, dat de leerlingen presteren naar hun mogelijkheden, en dat ze opbrengsten realiseren die leiden tot passend (en succesvol) vervolgonderwijs.

Afspraken:

De Toermalijn neemt structureel landelijk genormeerde toetsen af voor technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen en wiskunde vanaf klas 2.

De toetsen die worden ingezet worden ongeveer een half jaar later dan in de handleiding is voorgeschreven afgenomen. Dit heeft alles te maken met de andere leerstofopbouw van de vrije scholen.

Aan het eind van de schoolperiode wordt vanaf klas 6 de NIO toets afgenomen.

Beoordeling:

De opbrengsten worden twee maal per jaar in het team besproken, daarbij staan de door de leerkrachten ingevulde vorderingenlijsten centraal.

Op basis van de uitslagen en analyse worden verbeterpunten vastgesteld.

De opbrengsten van ons onderwijs kunnen o.a. beoordeeld worden door te kijken naar de uitstroom naar het vervolgonderwijs. ( zie kengetallen 3.14 )

Verbeterpunten:

In schooljaar 2007-2008 is er een tweede oriëntatie op een genormeerde toets begrijpend lezen. Welke vanaf schooljaar 2008-2009 gefaseerd zal worden ingevoerd. ( zie plan van aanpak)


3.15 Kengetallen: in- door- en uitstroom

Teldatum

Aantal

Instroom

Groep 1

Instroom

Groep 2-8

Uitstroom

Groep 1-7

Uitstroom

Groep 8

Totaal

1-10-2003

91

16

7

2

9

103

1-10-2004

103

13

10

6

10

110

1-10-2005

110

21

6

3

11

123

1-10-2006

123

21

9

14

13

119

Overzicht verlengde kleuterperiode

Jaar

Groep 1

Groep 2

2003-2004

4

2004-2005

5

2005-2006

3

2006-2007

3

Overzicht van zittenblijvers

Jaar

Gr. 1

Gr. 2

Gr. 3

Gr. 4

Gr. 5

Gr. 6

Gr. 7

Gr. 8

2003-2004

4

1

1

2004-2005

5

2005-2006

3

1

2006-2007

3

2

1

Overzicht van versnellers

Jaar

Gr. 1

Gr. 2

Gr. 3

Gr. 4

Gr. 5

Gr. 6

Gr. 7

Gr. 8

2003-2004

2004-2005

2005-2006

2006-2007

Overzicht onderzoeken door externe deskundigen

Jaar

SBD

Jeugdzorg

Elders

2003-2004

3

2004-2005

3

2005-2006

3

2006-2007

3

1

1

Overzicht externe verwijzingen

Jaar

SBO

Elders

2003-2004

1

2004-2005

2005-2006

2006-2007

1

Overzicht doorstroom naar het Voortgezet Onderwijs

Schooltype

Aug. 2003

Aug. 2004

Aug. 2005

Aug. 2006

VBO (VMBO-praktijk)

2

2

2

1

VBO (VMBO-gemengd)

2

1

0

1

MAVO (VMBO-T)

3

3

1

2

MAVO-HAVO

1

2

5

5

HAVO-VWO

3

1

2

1

VWO-Gymnasium

1

1


4 Integraal personeelsbeleid

4.1 Onze organisatorische doelen

We hebben inzichtelijk hoe het personeelsbestand er (kwantitatief en kwalitatief) uit ziet, en wat wenselijk is op een termijn van vier jaar en welke acties er ondernomen worden om het gewenste personeelsbestand dichterbij te brengen. De gewenste situatie is afgeleid van onze missie, visie(s) en afspraken. Wij verwijzen ook naar het meerjaren bestuur formatiebeleidsplan.

Item

Huidige situatie

2006-2007

Gewenste situatie

2010-2011

1

Aantal personeelsleden

13

15

2

Verhouding man/vrouw

1 – 13

3 – 12

3

Aantal IB-ers

1

1

4

Onderwijsondersteunend

1

1

5

Opleiding schoolleider

1

1

6

7

8

9

De consequenties van onze organisatorische doelen zijn opgenomen in ons Plan van Aanpak (2007-2011) en komen standaard aan de orde bij de PAP - ontwikkeling en in de functioneringsgesprekken.

4.2 De schoolleiding

Zie schoolbeschrijving hfdst. 2 en organisatiestructuur hfdst. 5.

4.3. Integraal personeelsbeleid (incl. professionalisering)

Het integrale personeelsbeleid van de Toermalijn richt zich op de ontwikkeling van de medewerkers. De bedoelde ontwikkeling is gekoppeld aan de missie en de visie van de school. Op basis van de beleidsterreinen hebben wij competenties vastgesteld (in de geest van de wet BIO). Deze staan in het competentie overzicht. Onze school vindt de volgende competenties richtinggevend voor de ontwikkeling van de medewerkers:

De personeels beleidsgroep (pbg) van de Toermalijn zet de volgende instrumenten in om de (persoonlijke) ontwikkeling van de medewerkers zo vorm te geven, dat zij in toenemende mate gaan voldoen aan de gestelde competenties.

4.3.1 Beleid m.b.t. stagiaires

De Toermalijn is een erkend leerbedrijf voor o.v.d.b. het geen vooral van toepassing is voor stagiaires voor de kleuter - en peuterklas.

De leerkracht dient langer dan 1 jaar aan de school verbonden te zijn om in overleg een stagiaire te begeleiden.

Nieuwe leerkrachten en gereïntegreerden begeleiden geen stagiaires.

In de onderbouw 1 stagiaire per schooljaar en in de kleuterklas in overleg.

De school streeft erna om minimaal 1 stagiaire van Helicon per schooljaar te plaatsen. Daarnaast staat de school open voor kijk- en snuffelstages.

De stagiaire wordt door de leerkracht van de betreffende klas begeleid. Bij de aanmelding van de stagiaire wordt gekeken naar zijn of haar competenties en wie de stage coördinator wordt.

4.3.2 Werving en selectie

We gaan bij Werving en Selectie uit van de kaders in het IPB-plan. Daarnaast zijn de competenties die wij hanteren van belang voor de werving en selectie. Aan de sollicitanten laten wij weten welke competenties er verwacht worden en het geven een proefles waaruit blijkt wat er wel en/of niet beheerst wordt is onderdeel van de sollicitatieprocedure. Bij het sollicitatiegesprek houden we een competentiegericht interview. De sollicitanten moeten de mate van beheersing kunnen aantonen via bekwaamheidsdossier en proefles. Waarbij het gesprek als eerste selectie zal plaatsvinden en bij een vervolg de proefles.

4.3.3 Introductie en begeleiding

Nieuwe leraren krijgen een begeleider. De begeleider helpt de nieuwe leerkracht bij een heldere communicatie binnen de school, is vraagbaak en ondersteunt bij praktische zaken. Daarmee wordt de nieuwe collega op de hoogte gesteld van de missie, de visie en de afspraken van de school. Nieuwe leraren ontwikkelen een PAP (Persoonlijk Actie Plan) dat zich richt op het leren beheersen van de competenties.

4.3.4 Taakbeleid

In elk dossier is een uitgewerkte taakbelasting van de werknemer die uitgaat van de norm jaartaak. De taken die geregeld terugkeren worden ieder jaar onderling verdeeld.

4.3.5 Klassenbezoek

De IB-er legt jaarlijks bij ieder teamlid minimaal 1 klassenbezoek af. Bij het klassenbezoek worden –in overleg - van te voren met de leerkracht de competenties afgesproken die geobserveerd gaan worden. Daarnaast wordt bekeken of de leerkracht op een correcte wijze uitvoering geeft aan de gemaakte persoonlijke actieplannen. Na afloop van het klassenbezoek volgt een evaluatie en indien gewenst wordt er een plan van aanpak gemaakt.

4.3.6 Persoonlijke Actieplannen (PAP)

De punten van actie voor het betreffende schooljaar worden de leerkracht zelf benoemd. Per jaar vindt er vier keer een intervisie plaats met een van tevoren gekozen collega op betreffende actiepunten. De functioneringsgesprekken vinden een maal per twee jaar plaats

4.3.7 Het bekwaamheidsdossier

Alle werknemers beschikken over een bekwaamheidsdossier. Deze dossiers zijn centraal opgeslagen in de school. In dit dossier bevinden zich:

In het bekwaamheidsdossier verzamelt de werknemer ‘bewijzen’ voor zijn persoonlijke ontwikkeling.

4.3.8 Functioneringsgesprekken

De pbg voert tweejaarlijks een functioneringsgesprek met alle medewerkers. We beschikken over een regeling FG. Tijdens het FG staat ook het PAP van de medewerker centraal. Op basis van het ontwikkelde PAP wordt omgezien naar verbeterdoelen. Aan de orde komen verder: werkdruk, loopbaanwensen, scholing, taakbeleid.

4.3.9 Deskundigheidsbevordering (scholing – professionalisering)

Scholing komt aan de orde bij de functioneringsgesprekken. Medewerkers kunnen voor (persoonlijke) scholing opteren. Deze scholing richt zich op het versterken van de missie, de visie en de afspraken van de school als ook de bekwaamheden van de werknemer zelf. Het team volgt twee keer per jaar een studiedag of studiemiddag met van tevoren vastgestelde onderwerpen waarbij teambuilding een belangrijke rol speelt. Iedereen is daarbij aanwezig. De scholing wordt verwerkt in de norm jaartaak onder het kopje deskundigheidsbevordering.

Gevolgde teamscholing 2003-2007

Jaar

Thema

Organisatie

2003-2004

Literatuur: Algemene Menskunde-Opvoedkunst- Praktijk van het lesgeven. Rudolf Steiner

Pedagogische vergadering

2004-2005

Zie vorig jaar.

Pedagogische vergadering

2005-2006

Literatuur: De zintuigen. Albert Soesman

Pedagogische vergadering

2006-2007

Literatuur: Leven en gezond zijn. Joop van Dam

Pedagogische vergadering

2006-2007

Literatuur: Liefde en sexualiteit. Jeanne Meys

Pedagogische vergadering

Gevolgde persoonlijke scholing 2003-2007

Thema

Organisatie

Aantal medewerkers

Omscholingscursus tot vrije school leerkracht

Vrije school Den-Haag

2

Schoolleider

Helicon

1

Opleiding IB+ Master

Seminarium voor Orthopedagogiek

1

PDD-NOS

1

ADHD

1

Autisme en gedragsproblemen

1

De kinderbespreking

1

Middenmanagement

Inholland

1

NLD

Workshop WSNS

2

4.3.10 Beoordelingsgesprekken

De pbg beschikt over een regeling B - gesprekken. Bij de B - gesprekken worden van tevoren vastgestelde competenties gebruikt. De pbg voert een beoordelingsgesprek bij de overgang van een T- naar een V - benoeming. Daarnaast worden houding en gedrag t.o.v. collegae en ouders, en de doorgemaakte ontwikkeling in kennis en vaardigheden beoordeeld.

4.3.11 Gezondheidsbeleid

De school beschikt over een geactualiseerd beleid waarin verzuim en re - integratie van de werknemer is geregeld. Deze ligt ter inzage op school.

Kort ingaan op beschreven integraal personeelsbeleid op bovenschools niveau (IPB - plan). Het schoolbeleid is daarvan afgeleid.


5 Organisatie en beleid

5.1 Organisatiestructuur / cultuur

De Toermalijn heeft een vlakke organisatie wat zich kenmerkt door het hebben van een dagelijkse leiding en heeft geen directeur. Ieder teamlid is medeverantwoordelijk.

De stuurgroep is in onze school het beleidsbepalend en toeziend orgaan. Zij neemt alle beslissingen over de school en de peuterspeelzaal “Morgenland “. Iedere ouder, leerkracht en medewerker aan onze school kan in de stuurgroep zitting nemen. Het streven is om naast mandaathouders

( zie De Mandaten ) ook ouders in de stuurgroep te hebben die geen mandaat op zich genomen hebben. De vergaderingen van de stuurgroep vinden eenmaal in de drie weken plaats en zijn vrij toegankelijk. Iedere ouder of leerkracht kan zo meedenken en meepraten over bestuurlijke aangelegenheden en het beleid van de school.

De notulen en de agenda van de stuurgroepvergaderingen worden altijd duidelijk zichtbaar voor iedereen op het prikbord gehangen en bovendien wordt regelmatig een kort verslag gepubliceerd in de nieuwsbrief/schoolkrant. In de bijlage van het schoolgids staat het vergaderschema en de namen van de stuurgroepleden vermeld.

Momenteel zijn wij ons aan het oriënteren of een andere organisatievorm voor de groeiende populatie kinderen en leerkrachten wenselijk is.

Als gevolg van het intrekken van de ontheffing voor een MR, zal in het schooljaar 2007-2008 een MR worden geïnstalleerd.

( zie schoolplan 2003-2007)

Onze school kenmerkt zich door een grote betrokkenheid (draagvlak)van ouders en team. Dit komt tot uiting in het participeren van ouders in de organisatie ( stuurgroep, personeelsbeleidgroep en in het mandaat financiën)

Het team wil bewust een lerende organisatie zijn, wat o.a. merkbaar is aan de gezamenlijke teamstudie, het bijwonen van de landelijke lerarenfederatie en interne conferenties.

5.2 Structuur ( groeperingsvormen)

De Vrije school kenmerkt zich door de indeling van de klassen in leeftijdjaargroepen. Dit komt doordat het periode onderwijs is afgestemd op een leeftijdsindeling. Wij streven naar kleine groepen voor de kleuterklas (sen) en klas 1 en 2.

Bij de verdeling van de klassen maken wij een bewuste keuze van leerkracht op de klas.

5.3 Schoolklimaat (inclusief Sociale Veiligheid)

Visie:

De Toermalijn wil een veilige en uitnodigende leeromgeving zijn waarin een ieder zich geaccepteerd voelt. De inrichting van school en lokalen is zoveel mogelijk met natuurlijke materialen.

Afspraken:

-De verantwoordelijkheid voor de leeromgeving, ligt bij iedere betrokkene van de school.

-De leerlingen leren reeds in de kleuterklas een onderhoudstaak uit te voeren en in de hogere klassen kennen wij de klassendienst.

-Ouders verzorgen de schooltuin, de bibliotheek, de schoolkrant en hebben schoonmaaktaken om kosten voor professionele schoonmaak te besparen.

-Er is een driewekelijkse nieuwsbrief en vier ochtenden per week is de school het eerste half uur gegarandeerd telefonisch bereikbaar.

-De school organiseert jaarlijks een algemene ouderavond rondom een thema.

-De school organiseert jaarlijks een open dag waarin de lessituatie kan worden bijgewoond door belangstellenden.

-De school organiseert jaarlijks een seizoenenmarkt.

-Wij kennen twee avonden per schooljaar waarin oudergesprekken plaats vinden.

-Op verzoek kan er altijd een extra afspraak gemaakt worden.

-Twee maal per jaar zijn er per klas ouderavonden met een thema en algemene informatie over het reilen en zeilen in de klas.

-Door de gemeente is een jongerenwerker aangetrokken om de jeugd die zich na schooltijd en in het weekeinde rondom de school ophoudt te begeleiden.

Beoordeling:

Eén maal per jaar door de dagelijkse leiding.

5.3.1. Sociale Veiligheid RI /ARBO

Visie:

Wij vinden het belangrijk dat leerlingen, ouders en leerkrachten zich veilig voelen in school.

Leerlingen en leerkrachten zullen beter kunnen functioneren als zij zich veilig voelen. Ons beleid is gericht op preventie. Om tot zo goed mogelijk inzicht te komen, houden wij twee jaarlijks een vragenlijst onder leerlingen, leerkrachten en ouders.

Afspraken:

Ook registreren wij de incidenten d.m.v. een turflijst.

fysiek geweld

verbaal geweld

intimidatie en/of bedreiging met fysiek geweld

intimidatie en/of bedreiging met verbaal geweld

intimidatie en/of bedreiging via sms, msn, e-mail of internet

pesten, treiteren, uitdagen

chantage

seksueel misbruik

seksuele intimidatie

discriminatie

racisme

vernieling

diefstal

heling

religieus extremisme

Ernstige calamiteiten worden bijgehouden in het veiligheidsschrift. De dagelijkse leiding zal één keer per jaar de overtredingen evalueren en zonodig het beleid aanpassen.

Er zijn 4 categorieën waartussen geregistreerd kan worden. Leerling-leerling

Leerling-personeel vise versa, Ouders –personeel vise versa, personeel - personeel

Het ontvangen van kinderen bij de deur.

Het begeleiden van kinderen bij de deur

Voor schooltijd pleinwacht

Tijdens pauzes pleinwacht door het hele onderbouw team

Het benoemen van positief gedrag

Pestprotocol

Methode normen en waarden

Het stimuleren van samenwerking tussen de kinderen

Het verbeteren van kennis van leerkrachten betreffende het gedrag

Het ontwikkelen van activiteiten gericht op actief burgerschap.

Klachten kunnen over de meest uiteenlopende zaken ontstaan. In de omgang tussen leerlingen, personeelsleden en ouders kunnen op allerlei manieren problemen optreden. Maar ook kunnen klachten betrekking hebben op vermeende tekorten in de kwaliteit van het onderwijs of op omstandigheden die als onjuist, onbillijk of onzorgvuldig worden ervaren Het is belangrijk dat klachten zo snel mogelijk op een goede manier behandeld worden.

Voor klachten over zaken die met de omgang leerlingen of lessen betreffen kunnen ouders zich wenden tot de eigen klassenleerkracht. Voor zaken betreffende organisatie kunnen ouders zich wenden tot de dagelijkse leiding. Voor zaken betreffende pedagogiek tot de interne begeleiding.

De vertrouwenspersoon kan ook bemiddelen bij conflicten die in de school ontstaan. Er zijn ook landelijke commissies waarbij de school is aangesloten. (zie voor namen en telefoonnummers de schoolgids)

Eens per twee jaar krijgen leerlingen, leraren en ouders een vragenlijst. [zie hoofdstuk 7]

5.4 De interne communicatie (KK 15)

Visie:

Daar de Toermalijn een vlakke organisatie heeft, is de interne communicatie van groot belang. Immers elk personeelslid is mede verantwoordelijk op alle beleidsterreinen.

Afspraken:

De Toermalijn kent twee teamvergaderingen per week; een pedagogische en een praktisch/didactische. In de pedagogische vergadering vindt de teamstudie ( antroposofisch) en de kinderbespreking plaats. In de praktisch/didactische vergadering bespreken wij o.a.de toetsresultaten, de doorgaande lijn en alle regelzaken.

Tevens zijn er twee studiemiddagen en twee studiedagen per jaar, die voor elk teamlid verplicht zijn.

Twee leden van het team hebben ook zitting in de stuurgroep ( zie organisatie)

Twee in de personeel beleidsgroep.

Eén in de PR groep.

Alle vergaderingen worden verslagen, waardoor de parttimers ook op de hoogte zijn van alle besproken punten.

Beoordeling:

Eén maal per jaar door de dagelijkse leiding.

5.5 De communicatie met externe instanties (KK16)

Visie:

De school onderhoudt verscheidene externe contacten voornamelijk in het kader van de kwaliteitszorg (partners in de zorg), maar ook omdat de school een onderdeel van de samenleving is en expertise van buiten de school wil gebruiken.

Afspraken:

Het is onze ambitie om systematische en gereguleerde contacten te onderhouden met:

- kleuterleidster en onderbouw overleg

-WSNS - IB overleg

- ZAT overleg

- POVO

- Beleidsgroep en besturenoverleg

-GGD - schoolarts

- Logopedie

- Riagg

-Vrije scholen- schoolleidersoverleg met scholen uit de regio

Leraren kunnen deelnemen aan:

De jaarlijks georganiseerde zomercursus.

De jaarlijkse landelijke lerarenfederatie.

De jaarlijkse lerarenconferentie van de 4 regio scholen.

Cursusaanbod van WSNS en SBD voor vrije scholen.

Voor –en naschoolse opvang Catalpa/ Lawaai papagaai en de Theepot.

De doorgaande lijn tussen onze eigen peuterspeelzaal en ons eigen voortgezet onderwijs zijn gereguleerd via warme en schriftelijke overdracht.

Beoordeling:

Eén maal per jaar door de dagelijkse leiding.

5.6 Communicatie met ouders. (KK 17)

Visie:

Goede contacten met ouders vinden wij van groot belang, omdat school en ouders dezelfde doelen nastreven: de algemeen menselijke en de cognitieve ontwikkeling van (hun) kinderen. Ouders zien we daarom als gelijkwaardige gesprekspartners. Voor de leraren zijn de bevindingen van de ouders essentieel om het kind goed te kunnen begeleiden. En voor de ouders is het van belang dat zij goed geïnformeerd worden over de ontwikkeling van hun kind.

Afspraken:

- Ouders worden betrokken bij schoolactiviteiten zoals jaarfeesten.

- Er is een driewekelijkse nieuwsbrief.

- Vier ochtenden in de week is de school het eerste half uur gegarandeerd telefonisch bereikbaar.

- Wij kennen twee avonden per schooljaar waarin oudergesprekken plaats vinden.

- Op verzoek kan er altijd een extra afspraak gemaakt worden.

- Ouders worden betrokken bij ( extra) zorg.

- Ouders worden gestimuleerd tot onderwijsondersteunend gedrag in de thuissituatie.

- Eén maal per jaar hebben wij openbare lessen waarbij volgens een rooster in iedere klas 2x 20 minuten meegekeken kan worden. Deze lessen zijn op zaterdagochtend.

De ouders worden middels de schoolkrant die 4x per jaar uitkomt op de hoogte gehouden van al het reilen en zeilen op de Toermalijn.

Beoordeling:

De afspraken (doelen) worden 1 x per vier jaar beoordeeld door de dagelijkse leiding, het team en de ouders.

Verbeterpunten:

Voor de medewerkers van de school zal een cursus communicatieve vaardigheden worden georganiseerd. ( zie plan van aanpak)

5.7 Voor en na-schoolse opvang

Voor de voor- en naschoolse opvang zijn contacten en afspraken gemaakt ( zie schoolgids)

In 2007 is er gestart met een oriëntatie op de wenselijkheid en mogelijkheid tot het realiseren van een op antroposofische basis gerelateerde voor- en naschoolse opvang. ( zie plan van aanpak)

Naar alle waarschijnlijkheid wordt er eind 2007 gestart met deze voor- en naschoolse opvang.


6 Financieel beleid

6.1 Lumpsum financiering – ondersteuning

Met de komst van de lumpsumbekostiging is er meer vrijheid in besteding van de middelen tussen personeel en materieel. De school krijgt hierdoor ook de eindverantwoording in het bewaken van het financiële beheer. Het is de verantwoording van het mandaat financiën om deze taken te bewaken. De administratie van de school is ondergebracht bij het administratiekantoor Dyade te Amstelveen.

Jaarlijks wordt de begroting opgesteld en de meerjarenbegroting aangepast waarbij we een evenwicht tussen uitgaven en inkomsten bewerkstelligen. Rekening wordt gehouden met reserveringen en afschrijving van investeringen. De jaarlijkse begroting wordt voorbereid en ter goedkeuring voorgelegd aan de MR en het bestuur.

Dyade verzorgt kwartaalrapportages en beschikt over een web-functionaliteit waarbij op ieder gewenst tijdstip de financiële gegevens opgevraagd kunnen worden.

Ieder bestuursvergadering wordt de financiële positie van de school geagendeerd.

Bij de grotere financiële beleidsvrijheid die is verkregen met de invoering van lumpsum bekostiging hoort een passende wijze van verantwoording afleggen. Het jaarverslag zal aangepast gaan worden aan de nieuwe eisen opgesteld door het ministerie (CFI) die een getrouwe beeld geeft van de ontvangsten en uitgaven (winst-en verliesrekening) en aan de andere kant van de bezittingen en schulden (balans) van het voorgaande boekjaar. Dit jaarverslag is het instrument om het financieel beleid te evalueren en beslissingen te nemen voor in de toekomst. Dit jaarverslag gaat ter goedkeuring naar het bestuur.

6.2 Geldstromen

De school kent drie geldstromen, namelijk:

6.3 Sponsoring

De school doet niet actief mee aan landelijk georganiseerde spondor activiteiten. Wel is er jaarlijks een zelf opgezette markt met allerlei activiteiten voor de kinderen. De opbrengst van deze markt komt ten gunste van de school. Het gemiddelde van de opbrengsten is € 1.500,=.


7 Kwaliteitsbeleid ( KK18)

Visie:

Naast externe kwaliteitszorg heeft de school zelf de mogelijkheid om op verschillende terreinen evaluaties uit te voeren. Voorwaarde is wel dat de acceptatiegraad van de evaluatieactiviteiten groot is. Dit draagvlak kan gecreëerd worden door de teamleden bij de ontwikkeling van het evaluatiesysteem te betrekken. Heel belangrijk is een constant doel voor de organisatie als geheel (een missie) Maar ook, en dit wordt vaak vergeten, het inzetten van de menselijke motivatie. Alle mensen worden geboren met een intrinsieke motivatie: een innerlijke drang om te leren en te verbeteren. Deze intrinsieke motivatie moet de basis zijn van kwaliteitsverbetering. Kwaliteit ontstaat wanneer mensen vanuit interne motivatie in een open en uitdagende omgeving samen werken om gemeenschappelijke doelen te realiseren.

Kwaliteit dient met mensen in verbinding te staan. Maar als mensen geen verbinding met deze norm kunnen maken, verdwijnt het leven uit de organisatie.

Kwaliteit is steeds, door de dynamiek van de veranderingen waarmee basisscholen te maken hebben, een bewegend doel, een cyclisch proces. Kwaliteit is dus een relatief begrip, verbonden met de missie van de school. Dit betekent dat de teamleden die in verbinding staan met de missie, de eerst aangewezen mensen zijn om de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen. Maar hiervoor dient het (zelf)evaluerend vermogen van scholen ontwikkeld te worden. Want zelfevaluatie moet niet stranden bij het alleen afnemen van een schooldiagnose-instrument.

Ook is het zo dat evaluatie door de school zelf, alleen gedaan moet worden als er behoefte aan is: het moet een interne motor hebben. Tevens dient dit in een sfeer van betrokkenheid en vertrouwen te geschieden.

Afspraken:

De begeleidingsdienstvoor Vrije Scholen heeft de mogelijkheid gecreëerd deel te nemen aan het kwaliteitszorgproject. Meedoen aan dit project geeft de school de mogelijkheid de kwaliteitszorg zo op te zetten dat deze cyclisch en systematisch van aard wordt.In de opzet wordt aangesloten bij de publicatie van de onderwijs begeleidingsdienst “De praktijk van de kwaliteitszorg in de Vrije School”, Boekhout, H. e.a. 2003.

Eenmaal per 4 jaar wordt er een sterkte/zwakte analyse afgenomen. De schoolbegeleidingsdienst voor Vrije Scholen begeleidt dit proces.

De sterkte/zwakte analyse wordt samengesteld uit een school zelfevaluatie enquête voor ouders en één voor leraren.

In de vragenlijst wordt de mening van ouders gevraagd over de feitelijke situatie op het gebied van visie, onderwijs, leerlingenzorg, contacten tussen ouders en school, onderhoud en beheer.

Aan de leraren is bovendien gevraagd hoe zij denken over de onderlinge uitwisseling, het personeelsbeleid en de personeelszorg.

De laatste sterkte/zwakte analyse is voorjaar 2004 geweest.

Van belang is ook, dat onze kwaliteitszorg gekoppeld is aan het integraal personeelsbeleid. We streven ernaar, dat onze medewerkers competenties ontwikkelen die gerelateerd zijn aan de beleidsterreinen die we belangrijk vinden. Daardoor borgen we dat de schoolontwikkeling en de ontwikkeling van onze medewerkers parallel verloopt.

Onze afspraken (zie kwaliteitskaart) m.b.t. kwaliteitszorg zijn:

Beoordeling:

Eén maal per vier jaar d.m.v. analyse enquêtes door dagelijkse leiding en bevoegd gezag.

7.1 Terugblik Schoolplan 2003-2007 en zelfevaluatie

De terugkoppeling na de rapportage aan de belanghebbenden heeft het volgende opgeleverd.

Onderstaande opsomming geeft aan, aan welke onderdelen is gewerkt.

Beleidsterreinen:

Schoolklimaat ( inclusief sociale veiligheid)

Voor zowel de ouders en de leraren is het sociale klimaat in de school gezond en warm. Dit is bevorderlijk voor de ontwikkeling van de kinderen.

Interne communicatie.

In de beleving van de communicatie zijn wel overeenstemmende punten te vinden. Enkele ouders zouden graag meer informatie willen krijgen over de gang van zaken in de klas en op school. Ook is niet voor alle ouders duidelijk wie aanspreekpunt is in specifieke gevallen.

Hoewel de leraren vinden dat ze aan hun verantwoordingsverplichtingen voldoen

( 24, 27, 28, 29) geven ze ook aan dat ze het verzorgen van meer algemene ouderavonden over specifieke achtergrondthema’s een wat minder sterk punt van de school vinden. (31)

Kwaliteitszorg

Er zijn ouders die vragen stellen rond het werken met niveauverschillen en de aandacht voor de zorgleerlingen en de zorgstructuur. De leraren zijn daar echter positief over. Zij hebben meer vragen rond de afstemming en samenwerking. Die wordt op een aantal plekken niet als voldoende gekwalificeerd.

7.2 Analyse inspectierapport

Op 18 mei 2004 heeft de Inspectie van het Onderwijs de school bezocht in het kader van jaarlijks onderzoek. Bij het vorig inspectiebezoek is een kwaliteitsprofiel vastgesteld dat geen reden gaf tot zorg. Daarom heeft de inspectie zich beperkt tot een beknopt jaarlijks onderzoek.

De inspectie gaat zo mogelijk uit van gegevens die de school door zelfevaluatie heeft verkregen. Zo sluit de inspectie aan bij de specifieke situatie van de school en wordt de school niet onnodig belast. De dagelijkse leiding heeft documenten ingestuurd die betrekking hebben op de schoolontwikkeling, namelijk:

- Overzicht van de acties naar aanleiding van het RST-rapport 2001.

- Overzicht van de zorgstructuur met bijbehorend overzicht van de zorgniveaus, de formulierenset en toetskalender.

- Overzichten van de leerstoflijnen voor Nederlandse taal en rekenen en

wiskunde

In haar reactie op het beknopt jaarlijks onderzoek noemt de inspectie allereerst ontwikkelingen die van invloed zijn op het onderwijs (1). Daarna spreekt de inspectie een oordeel uit over de verbeteractiviteiten van de school (2) en over de onderwijsresultaten (3). Zij vermeldt vervolgens gegevens over de ontwikkeling van de leerlingen (4).

De bijlage geeft hierop een toelichting. In het toezichtarrangement geeft de inspectie aan hoe het toezicht voor deze school wordt voortgezet.

1 Ontwikkelingen die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs.

De volgende ontwikkelingen zijn van invloed op de kwaliteit van het onderwijs: Na een tijdelijke terugval van het leerlingenaantal op de teldatum van 2003 is het voor de school moeilijk om, nu het leerlingenaantal weer op peil is, de formatie voor het schooljaar 2004-2005 sluitend te krijgen. De school heeft een beroep gedaan op het bestuur om voor dit probleem een oplossing te vinden.

2 De school werkt in voldoende mate gericht aan de verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs.

Bij het jaarlijks onderzoek, zoals dat nu aan de orde is, beperkt de inspectie de waardering vooralsnog tot uitsluitend de aspecten die te maken hebben met de verander - en verbetertrajecten op de school. In juli 2001 is de school bezocht in het kader van een RST-onderzoek. De inspectie kwam toen tot de conclusie dat de school nog niet in voldoende mate een doorgaande lijn kon laten zien in het leerstofaanbod, de afstemming van leertijd, leerstofaanbod en instructie nog verbeterd kon worden en dat voor het in kaart brengen van de leerresultaten van de leerlingen nog geen landelijk genormeerde toetsen werden gebruikt.

De school heeft op basis van een interne kwaliteitsanalyse en op basis van de resultaten van het RST prioriteiten gesteld voor verbetertrajecten. Deze zijn in de afgelopen twee schooljaren voortvarend en volgens plan uitgevoerd. Dit heeft tot aantoonbare verbeteringen geleid. De school heeft voor Nederlandse taal en rekenen en wiskunde leerlijnen opgesteld die overeenkomen met de leerlijnen die zijn ontwikkeld door de Vereniging van Vrije scholen "Ik zie rond in de wereld". Om de doelen die in deze leerlijnen zijn omschreven daadwerkelijk te kunnen behalen is de school naast het periodeonderwijs, begonnen met oefenuren. In deze uren krijgen leerlingen leerstof uit bestaande onderwijsleerpakketten voor rekenen en wiskunde en Nederlandse taal, op individueel niveau aangeboden. De school heeft hiervoor gekozen om te voorkomen dat er leemtes ontstaan in de doorgaande ontwikkeling op deze leerstofgebieden. Om na te gaan of de nieuwe werkwijze volgens afspraak is ingevoerd, vinden er regelmatig (geplande) tussenevaluaties plaats en wordt door de intern begeleider, éénmaal per twee maanden bij iedere leraar een klassenbezoek gebracht.

Ook heeft de school een belangrijke stap gezet op het gebied van het leerlingvolgsysteem. Zoals bij het RST al was aangekondigd maakt de school gebruik van het leerlingvolgsysteem van de Vereniging van Vrije scholen waarbij ook de Cito-toetsen voor rekenen en wiskunde en spelling worden afgenomen alsmede een landelijk genormeerde toets voor het technisch lezen. Ook is een op de Vrije scholen aangepaste versie van het dyslexieprotocol ingevoerd. Op het gebied van de leerlingenzorg is de school er in geslaagd om een systematische aanpak op te zetten en worden nu handelingsplannen opgesteld voor leerlingen die specifieke leerstof of een specifieke aanpak nodig hebben. De inspectie heeft waardering voor de inzet die het (kleine) team heeft gepleegd om genoemde verbeteringen, volgens planning tot stand te brengen. In het schooljaar 2003-2004 is voor de tweede maal een interne kwaliteitsanalyse gedaan waarbij ook de ouders middels een vragenlijst hun mening over de school hebben kunnen geven. De resultaten van dit onderzoek worden door de Begeleidingsdienst voor Vrije scholen verwerkt tot een rapportage waaruit weer nieuwe prioriteitstellingen naar voren komen.

3 De resultaten kunnen niet worden beoordeeld.

Voor het in kaart brengen van het eindniveau van de leerlingen maakt de school geen gebruik van een genormeerde toets die gegevens oplevert waarmee de leerprestaties vergeleken kunnen worden met die van scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie. Voor het bepalen van het schoolkeuzeadvies wordt wel gebruik gemaakt van de gegevens uit het deels landelijk genormeerde leerlingvolgsysteem. Op basis van de toetsen uit dit systeem zijn voor de eindgroepen slechts van twee jaar gegevens beschikbaar voor spelling en rekenen en wiskunde en niet voor begrijpend lezen. De school maakt wel gebruik van een genormeerde toets die de capaciteiten van leerlingen aan het eind van de basisschool in kaart brengt (GIVO), maar omdat deze geen informatie geeft over de leerprestaties, heeft de inspectie niet voldoende gegevens beschikbaar om de eindopbrengsten te beoordelen. Omdat in het leerlingvolgsysteem nog geen toets voor begrijpend lezen is ingevoerd spreekt de inspectie ook over de opbrengsten op tussenmomenten geen oordeel uit.

De resultaten voor het technisch lezen laten overigens voldoende leerwinst zien voor de individuele leerlingen en ook voor spelling en rekenen en wiskunde zijn de resultaten, die nu voor het tweede jaar worden gemeten, bemoedigend. Hierbij moet worden aangetekend dat de toetskalender is aangepast op de systematiek van het leerstofaanbod van de Toermalijn. De toetsen worden ongeveer vijf maanden na de afnamemomenten uit de handleiding afgenomen. Dat kan een wat geflatteerd beeld opleveren.

4.Leerlingen ontwikkelen zich naar verwachting

Op dit moment is de inspectie nog niet in staat om een geobjectiveerd oordeel te geven over deze indicator. Daarom waardeert zij deze indicator thans nog niet.

De inspectie neemt momenteel alleen kennis van het aantal leerlingen met versnelde of vertraagde schoolloopbaan en van het aantal leerlingen dat verwezen is naar het speciaal basisonderwijs. Ook gaat de inspectie het rendement na van individuele handelingsplannen en van individuele leerwegen.

Het aantal doublures in de groepen 3 tot en met 8 ligt met 1,5 procent onder het landelijk gemiddelde van 2,4 procent. In de kleutergroepen is wel een hoog percentage van de leerlingen dat drie jaar kleuteronderwijs volgt (20 %) De school heeft echter aantoonbaar, zorgvuldige procedures voor extra onderzoek om de besluitvorming rond de kleuterbouwverlenging te kunnen nemen. Bij de leerlingen wordt onder andere een rijpheidonderzoek gedaan. Een gevorderde ontwikkeling op het gebied van de cognitieve vaardigheden is niet per definitie aanleiding om een kind door te laten stromen naar klas 1. Hierbij spelen ook andere factoren zoals de rijpheid in het spel en de sociale ontwikkeling, een belangrijke rol. Het percentage verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs bleef in de afgelopen twee schooljaren onder de norm van 1 procent die de inspectie hiervoor hanteert.

Voor leerlingen met een achterstand of uitval op een bepaald leer - en vormingsgebied is op basis van de doelstellingen in de handelingsplannen en de plannen van aanpak voor de remedial teaching, voor de inspectie nog niet vast te stellen of de leerlingen zich in voldoende mate ontwikkelen. Hoewel genoemde plannen zorgvuldig worden bijgehouden, is de mate van concreetheid bij het formuleren van de beginsituatie en de daaraan gekoppelde doelen nog niet zodanig dat de vorderingen duidelijk zichtbaar worden gemaakt.

5 Schooldocumenten

De schoolgids ontbreekt het adres van de klachtencommissie waarbij school is aangesloten. De directie past dit in de eerstvolgende versie van de schoolgids op dit punt aan.

Toezichtarrangement:

De school wordt in 2005 in beginsel bezocht voor een periodiek kwaliteitsonderzoek.

Tot op heden (maart 2006) is er geen bezoek van de inspectie geweest.

In het schema (zie 7.1) zijn ook de aanbevelingen van het inspectierapport verwerkt.

Juni 2007 is De Toermalijn door de inspectie bezocht voor een periodiek kwaliteitsonderzoek.

Uitslagen en bevindingen zijn voor een groot gedeelte reeds gereflecteerd en worden verder uitgewerkt in een bijlage.

7.3 Analyse Quick Scan

De Quick Scan (Tij) van WMKdefault ( 16 items) is voorjaar 2007 uitgevoerd door 9 personeelsleden.

De uitslagen zijn als volgt:

1.1 De leraren maken efficiënt gebruik van de geplande onderwijstijd. 2,4

1.2 De school stemt de hoeveelheid tijd voor leren en onderwijzen bij

Nederlandse taal en rekenen/wiskunde af op de onderwijsbehoeften

van de leerlingen. 3,0

1.3 De uitval van geplande onderwijsactiviteiten blijft beperkt. 3,6

1.4 Het ongeoorloofd verzuim van leerlingen blijft beperkt. 3,6

1.5 De leraren houden zich aan de begintijden. 3,0

1.6 De leraren pauzeren niet langer dan gepland 2,1

1.7 De leraren werken planmatig en volgens rooster 3,2

1.8 De leraren organiseren zaken op een wijze die tijdverlies voorkomt. 2,8

1.9 De leraren besteden de leertijd effectief. 3,1

1.10 De hoeveelheid tijd die gepland staat voor rekenen is afgeleid van

de leerling kenmerken. 3,1

1.11 De leraren besteden de tijd die gepland staat voor rekenen aan rekenen. 3,7

1.12 De hoeveel tijd die gepland staat voor taal is afgeleid van de leerling

kenmerken. 3,2

1.13 De leraren besteden de tijd die gepland staat voor taal aan taal. 3,8

1.14 De leraren zorgen er voor dat de leerlingen niet hoeven te wachten. 2,9

1.15 De leraren voorkonen uitval va lessen (activiteiten) 3,6

1.16 De leraren zorgen voor een dagvoorbereiding met inhouden en tijden. 3,7

Norm

Indicatoren die gemiddeld 3,0 of lager scoren vormen een actiepunt.

Verbeterpunten:

1.1, 1.2, 1.5, 1.6, 1.8 en 1.14 Gekozen verbeterpunten zie plan van aanpak.

7.4 Analyse oudervragenlijst

De oudervragenlijst van WMK PO is voorjaar 2007 afgenomen. Per klas zijn er 3 of 4 vragenlijsten aan willekeurige ouders uitgedeeld.

4 ouders bij een klas van 16 kinderen

3 ouders bij een klas van 10 kinderen.

Van de 31 uitgezette vragenlijsten zijn er 30 ingevuld retour ontvangen.

De aan de ouders gestelde vragen / beweringen omhelsden o.a.

- tevredenheid over de begeleiding van de kinderen door de leraren, waaronder begeleiding bij schoolkeuze voor vervolgonderwijs. (Met de specifieke begeleiding m.b.t het vervolgonderwijs hadden 10 ouders ervaring opgedaan)

- de communicatie van de leraren en de school naar de ouders.

- de bekendheid met de verbeteractiviteiten van de school.

- de bekendheid met de kwaliteitszorg die de school biedt.

- de sfeer op school.

- helderheid over de identiteit, visie en missie van de school.

- de sociale veiligheid in de school.

Na analyse van de ingevulde vragenlijsten kunnen de volgende conclusies getrokken worden en verbeterpunten worden opgenomen:

- De meeste ouders zijn tevreden over de regels die op school gehanteerd worden en vinden dat hun kind(eren) zich daardoor ook veilig voelen op school.

- Ouders zijn over het algemeen tevreden over de sfeer in en de inrichting van de school.

- Ouders zijn van mening dat de leraren goed kunnen luisteren en respectvol met de leerlingen omgaan.

- Hoewel er aan de ouders op diverse manieren informatie over de school wordt verstrekt, (schoolplan, nieuwsbrief, website, schoolkrant) blijft de wens om meer informatie over de gang van zaken op school.

- Veel ouders gaven aan meer invloed te willen hebben op het beleid van de school.

- Verbeterpunten liggen bij het geven van duidelijke adviezen m.b.t. Hulp bij leer- en gedragsproblemen in de thuissituatie, informatie over doubleren en de inzichtelijkheid van de vorderingen van de kinderen en het daardoor tijdig verstrekken van adviezen voor het vervolgonderwijs.

- Ouders vinden dat er rekening met hun mening wordt gehouden. Wel vinden zij dat er te weinig naar gevraagd wordt.

- Men is tevreden over de ouderavonden en de missie en visie van de school. Veel ouders kiezen de school om de identiteit en niet direct om de schoolresultaten. Veiligheid en sociale omgang worden in dit kader belangrijker geacht.

7.5 Analyse leerlingenvragenlijst

De veiligheidsthermometer is voorjaar 2007 afgenomen in alle klassen. ( ook de kleuterklas)

Het totaalbeeld is dat de kinderen de school als een veilige omgeving ervaren. Op normale incidenten na, zijn er geen opvallende voorvallen. Er is een open sfeer om met de leerkrachten over dit onderwerp te kunnen spreken.

7.6 Analyse lerarenvragenlijst

De lerarenvragenlijst van WMK PO is voorjaar 2007 afgenomen. Van de elf werknemers hebben er 9 de lijst ingevuld.

Na analyse worden de volgende verbeterpunten benoemd:

Praktijk van het lesgeven:

-De pedagogische vergadering periodiek evalueren.

Leerlingenzorg:

-Procedures voor kinderen met andere problemen dan het leren, die er voor zorgen dat deze leerlingen tijdig hulp krijgen.

-Aanschaffen voldoende lesmateriaal voor kinderen met specifieke zorg.

-Meer duidelijkheid over afspraken in het WSNS-zorgplan.

Verantwoording:

-Geregeld overleg tussen leerkrachten over behaalde onderwijsdoelen.

Contact ouders/ communicatie en overleg:

-Duidelijke afspraken wie voor welke zaken aanspreekpunt is.

Ontwikkeling van het onderwijs:

-De school moet zich nog beter ontwikkelen op het gebied van instructie aan leerlingen met specifieke behoeften.

-De school kan zich nog verder ontwikkelen op het terrein van intercultureel onderwijs.

Onderhoud, beheer, financiën:

-Het grote schoolplein achter vraagt om verbetering.

-De leerkrachten zouden meer inzicht willen hebben in de financiële middelen van de school.

-Openheid over declaratie mogelijkheden,uniforme richtlijnen over toekenning.

Arbeidsvoldoening van het personeel:

-Meer ontspannen zijn in het werk.

-Waardering uitspreken t.a.v. collega`s.

Functioneringsgesprekken:

-Veranderingen en/of verbeteringen n.a.v. deze gesprekken, in een volgend gesprek duidelijker benoemen.

Nascholing:

-Beleid t.a.v. nascholing.

-Nascholing t.a.v. begeleiding van leerlingen met specifieke behoeften een passende plaats laten innemen binnen de school.


7.7 Het evaluatieplan

In de schoolplanperiode worden alle beleidsterreinen –zoals aan bod gekomen in dit schoolplan - met een zekere regelmaat geëvalueerd. Welk beleidsterrein wanneer geëvalueerd wordt, staat aangegeven in onderstaand schema. In onze jaarplannen noemen we steeds op welke beleidsterrein wanneer in het jaar geëvalueerd wordt. Over de uitkomsten van de evaluaties wordt gerapporteerd aan het bevoegd gezag, de GMR en de ouders.

Onze beleidsterreinen

(kwaliteitszorg)

2007

2008

2008

2009

2009

2010

2010

2011

Kwaliteitszorg

X

Leerstofaanbod & Toetsinstrumenten

X

X

Sociaal-emotionele ontwikkeling

X

X

Leertijd

X

X

Pedagogisch klimaat

X

Didactisch handelen

X

X

X

Schoolklimaat

X

X

X

Zorg en begeleiding

X

X

Opbrengsten

X

X

X

X

Professionalisering (Integraal Personeelsbeleid)

X

X

Interne communicatie

X

X

Externe contacten

X

Contacten met ouders

X

X

X

ICT

X

TOTAAL

9

7

7

6


7.7.1 Rapportage

Scholen moeten zich steeds nadrukkelijker verantwoorden over hun prestaties.

Wij rapporteren aan:

Het bevoegd gezag ( de stuurgroep) - de jaarrekening

- het jaarverslag ( sociaal of ARBO)

De ouders - de schoolgids

De onderwijsinspectie - zelfevaluatieverslag

De inspectie onderzoekt de kwaliteit van het onderwijs en maakt deze rapportage openbaar (verantwoording aan de overheid). Scholen leveren daarvoor een zelfevaluatieverslag dat voldoet aan de eisen van de overheid.


In het kwaliteitssysteem van de school zijn al die zaken opgenomen die een bijdrage leveren aan de wijze waarop de kwaliteit zichtbaar en aantoonbaar wordt gemaakt. Al de genoemde vormen van verantwoording afleggen, vallen onder het begrip ‘verticaal toezicht’. Van bovenaf (overheid en bestuur) wordt er toezicht gehouden op het functioneren van de school. Met uitzondering van de schoolgids, die bedoeld is voor een groep belanghebbenden van de school: de ouders. De overheid heeft in de Kwaliteitswet de schoolgids en de klachtenregeling verplicht gesteld. Kennelijk vindt de overheid het belangrijk dat de school naar ouders toe informatie verschaft over de resultaten van de school en dat ouders hun beklag kunnen doen.


De inspectie wil – namens de overheid – binnen haar verticale toezicht steeds meer aandacht geven aan de wijze waarop de school verantwoording aflegt aan haar belanghebbenden. Daarmee kan het verticale toezicht verminderen ten gunste van het ‘horizontale toezicht’, dat gericht is op de belanghebbenden van de school.

7.8 Kwaliteitsprofiel – Onze mogelijke verbeterpunten

Voor het vaststellen van de onderstaande (mogelijke) verbeterpunten is gebruik gemaakt van:

A 1. Het strategisch beleidsplan (bovenschools management)

2. Het zorgplan

3. Het ICT-beleidsplan

4. Het Integraal Personeelsbeleidsplan

5. Schoolplan 2007-2011

en de uitslagen en analyses van :

B 1. Het meest recente inspectierapport

2. De Quick Scan

3. De oudervragenlijst

4. De leerlingenvragenlijst

5. De lerarenvragenlijst

Beleidsterrein

Waardering

  • Mogelijke verbeterpunten

Afgeleid van …

Kwaliteitszorg

goed

  • Digitaal verwerken leerling gegevens.

B2

Leerstofaanbod

Toetsinstrumenten

voldoende

  • Genormeerde toets begrijpend lezen
  • Visie op kleuterrijpheid.

B1

A5

Leertijd

zwak

  • Meer efficiënte leertijd en zelfverantwoording van de leerling
  • Strenger hanteren van begin - en pauzetijden.
  • Efficiënter gebruik van geplande onderwijstijd.
  • Klassenmanagement.
  • Afstemming van de hoeveelheid tijd voor leren en onderwijzen bij taal en rekenen, op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

B1

A5

B2

B2

B2

Pedagogisch klimaat

goed

  • De pedagogische vergadering periodiek evalueren.

B5

Didactisch handelen

zwak

  • Structurele differentiatie bij lesuitleg
  • De leraren geven expliciet onderwijs in strategieën voor denken en leren.
  • Aanschouwelijk maken van strategieën.
  • De school moet zich nog meer ontwikkelen op het gebied van lesgeven aan leerlingen met specifieke behoeften.
  • Klassenmanagement.
  • Doorgaande lijn cijferend rekenen vastleggen.

B1

B1

B5

A1

A5

Schoolklimaat

(Sociale Veiligheid)

goed

  • Meer ontspannen zijn in het werk.

B5

Zorg en begeleiding

voldoende

  • Procedures voor kinderen met andere problemen dan het leren, die er voor zorgen dat deze leerlingen tijdig hulp krijgen.
  • Aanschaffen voldoende lesmateriaal voor kinderen met specifieke zorg.
  • Meer duidelijkheid gewenst over afspraken in het WSNS-zorgplan.
  • Het formuleren van doelen in de handelingsplannen (klassensituatie)
  • Adviezen aan ouders m.b.t. leer – en gedragsproblemen in de thuissituatie.

B5

B5

B5

B1

B3

Opbrengsten

voldoende

Professionalisering

Integraal Personeelsbeleid

voldoende

  • Cursus communicatieve vaardigheden voor het personeel van de school.
  • Beleid t.a.v. nascholing.
  • Nascholing t.a.v. begeleiding van ll. met specifieke behoeften.
  • Veranderingen n.a.v. een functioneringsgesprek duidelijker benoemen.

A5

B5

B5

B5

Interne communicatie

voldoende

  • Geregeld overleg tussen leerkrachten over behaalde onderwijsdoelen.
  • Post sturen aan zieke leerlingen/leerkrachten.
  • Waardering uitspreken t.o.v. collega’s.

B5

A5

B5

Externe contacten

voldoende

  • Bijwonen religieus ritueel.

A5

Contacten met ouders

goed

  • Duidelijke afspraken wie voor welke zaken aanspreekpunt is.
  • Nog meer informatie over de gang van zaken op school.
  • Informatie over doubleren en over vorderingen van de kinderen.
  • Tijdig adviseren over
  • vervolgonderwijs.
  • Meer vragen naar de mening van ouders.

B3

B3

B3

B3

B3

ICT

voldoende

  • Aanstellen en opleiden ICT coördinator.

A5

Identiteit

goed

  • De school kan zich nog meer ontwikkelen op het terrein van multicultureel onderwijs.

B5

Schoolorganisatie

-onderhoud

-financiën

voldoende

  • Functieomschrijving dagelijkse leiding en intern begeleider.
  • Organisatiestructuur van bestuur evalueren en indien wenselijk aanpassen.
  • Opzetten MZR
  • Taakinvulling schoolleider
  • Invloed van ouders op het beleid.
  • Voor- en naschoolse opvang.
  • Discussie over aanpassing schooltijden voor kleuters en klas 1 en 2.
  • Schoolplein achter vraagt om verbetering.
  • Leerkrachten zouden meer inzicht willen hebben in de financiële middelen van de school.
  • Openheid over declaratiemogelijkheden, uniforme richtlijnen bij toekenning.

A1

A1

A1

A1

B3

A1

A1

B5

B5

B5


7.9 Plan van Aanpak 2007-2011

7.9.1 Het schoolontwikkelplan Jaar 2007-2008

Centrale thema: professionalisering van het bestuur en van het management

Beleidsterrein

Verbeterdoel(en)

Consequenties

  • organisatie
  • professionalisering
  • middelen

01

Schoolorganisatie

Duidelijk krijgen en maken van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van bestuursleden, dagelijkse leiding, directie, intern begeleider en overige teamleden.

Inventariseren van wensen en wat wenselijk is in deze organisatie.

Oriënteren op een hiërarchische structuur.

Oriënteren op overkoepelend bestuur / directie.

Extern deskundige inschakelen, financiële middelen begroten.

Studietijd m.b.t. dit onderwerp inplannen.

MZR opzetten.

02

Schoolorganisatie

Komen tot een afgewogen visie op en uitvoeren van voor - en naschoolse opvang

Oriëntatie op wenselijkheid en mogelijkheden m.b.t. voor- en naschoolse opvang.

03

Schoolorganisatie

Betere afstemming van de schooltijden van de kleutergroepen, klas 1 en 2.

Oriëntatie op de noodzakelijkheid en wenselijkheid van wijziging van de schooltijden

Overleg in pedagogisch team

Enquête onder ouders.

Conclusies naar stuurgroep.

04

Didactisch handelen

Doorgaande lijn cijferend rekenen vastleggen.

Oriëntatie op efficiënte leertijd en zelfverantwoording.( ook leertijd)

Invoeren structurele differentiatie bij lesuitleg.

Aanschouwelijk maken strategieën voor denken en leren.

Inventarisatie van gebruikte methodieken. Keuzes maken en vastleggen. Afspraken

jaarlijks terug laten komen.

Vaststellen domeinbeheerders.

Vaststellen domeinbeheerders. Inplannen vergadertijd.

Domeinbeheerders vaststellen. Inplannen vergadertijd.

05

Leerstofaanbod

Toetsinstrumen-ten

Begrijpend lezen. Niveau van technisch lezen nemen als uitgangspunt voor het leerstofaanbod bij begrijpend lezen.

Doorgaande lijn cijferend rekenen vastleggen.

Oriëntatie op genormeerde toets.

Invoeren van gekozen toets.

Instapmomenten bepalen bij de gebruikte methode.

Oriëntatie op en

aanschaf materialen voor de lagere niveaus.

Werken in niveaugroepen (klassendoorbrekend)

Inventarisatie van gebruikte methodieken. Keuzes maken en vastleggen. Afspraken jaarlijks terug laten komen.

Vaststellen domeinbeheerders.

Kosten begroten.

06

Zorg en begeleiding

Duidelijke visie op het begrip “kleuterrijpheid””

Formuleren van doelen in handelingsplannen. (klassensituatie)

Inventarisatie van gebruikte methodieken. Keuzes maken en vastleggen. Afspraken jaarlijks terug laten komen.

Aandachtspunt voor interne begeleiding.

07

Contacten met ouders

Keuze maken uit scholingsaanbod communicatieve vaardigheden( ook personeelsbeleid)

Domeinbeheerder vaststelen.

Kosten begroten.

Cursustijd inplannen.

Het schoolplan geeft globaal de verbeterdoelen aan. Per jaar zullen we de verbeterdoelen uitgebreider beschrijven (SMART) in het jaarplan. Aan het eind van ieder schooljaar zullen we terugblikken, of we verbeterdoelen en in voldoende mate gerealiseerd hebben. We plannen daartoe jaarlijks een evaluatiemoment. Tevens bespreken we tijdens de evaluatie de Opbrengsten van de school. De bevindingen worden opgenomen in het jaarverslag.


7.9.2 Het schoolontwikkelplan Jaar 2008-2009

Beleidsterrein

Verbeterdoel(en)

Consequenties

  • organisatie
  • professionalisering
  • middelen

01

Schoolorganisatie

Komen tot een verbeterde schoolorganisatie.

Consequenties van inventarisatie duidelijk maken.

Oriënteren op te nemen stappen.

02

Schoolorganisatie

-onderhoud

Schoolplein achter verbeteren.

Begroten en laten uitvoeren.

03

Schoolorganisatie

-financiën

Beleid en openheid over declaratiemogelijkheden, uniforme richtlijnen bij toekenning.

Inplannen in studiedag.

04

Identiteit

Meer ontwikkeling op het gebied van multicultureel onderwijs.

Inplannen op studiedag.

05

Contacten met ouders

Nog meer informatie over de gang van zaken op school.

Brainstormen van PR groep, team en stuurgroep.

Opstellen plan.

06

Externe contacten

Bijwonen religieus ritueel.

Afspraak door leerkracht klas 5/6

07

Interne communicatie

Waardering uitspreken t.o.v. collega’s.

Blijvend aandachtpunt.

08

Kwaliteitszorg

Digitaal verwerken van leerlinggegevens.

Domeinbeheerder aanstellen.

09

ICT

Aanstellen en opleiden ICT coördinator

Domeinbeheerder aanstellen.

10

Het schoolplan geeft globaal de verbeterdoelen aan. Per jaar zullen we de verbeterdoelen uitgebreider beschrijven (SMART) in het jaarplan. Aan het eind van ieder schooljaar zullen we terugblikken, of we verbeterdoelen en in voldoende mate gerealiseerd hebben. We plannen daartoe jaarlijks een evaluatiemoment. Tevens bespreken we tijdens de evaluatie de Opbrengsten van de school. De bevindingen worden opgenomen in het jaarverslag.


7.9.3 Het schoolontwikkelplan Jaar 2009-2010

Beleidsterrein

Verbeterdoel(en)

Consequenties

  • organisatie
  • professionalisering
  • middelen

01

Schoolorganisatie

Heldere structuur van de schoolorganisatie.

Uitvoeren van conclusies m.b.t. schoolorganisatie

02

Pedagogisch klimaat

Pedagogische vergadering evalueren.

Einde schooljaar inplannen op studiedag.

03

Leertijd

Verbeteren klassenmanagement.

Terugkerend aandachtspunt van interne begeleiding.

04

Schoolklimaat

Ontspannen blijven in het werk.

Lerarenenquête.

05

Zorg en begeleiding

Aanschaffen voldoende lesmateriaal voor kinderen met specifieke zorg.

Domeinbeheerder aanstellen.

06

Leertijd

Afstemming van de hoeveelheid tijd voor leren en onderwijzen bij taal en rekenen, op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Gespreksonderwerp op studiedag.

07

Didactisch handelen

Expliciet onderwijs in strategieën voor denken en leren.

Terugkerend aandachtspunt op studiedag.

08

09

10

Het schoolplan geeft globaal de verbeterdoelen aan. Per jaar zullen we de verbeterdoelen uitgebreider beschrijven (SMART) in het jaarplan. Aan het eind van ieder schooljaar zullen we terugblikken, of we verbeterdoelen en in voldoende mate gerealiseerd hebben. We plannen daartoe jaarlijks een evaluatiemoment. Tevens bespreken we tijdens de evaluatie de Opbrengsten van de school. De bevindingen worden opgenomen in het jaarverslag.


7.9.4 Het schoolontwikkelplan Jaar 2010-2011

Beleidsterrein

Verbeterdoel(en)

Consequenties

  • organisatie
  • professionalisering
  • middelen

01

Didactisch handelen

De school moet zich nog meer ontwikkelen op het gebied van lesgeven aan leerlingen met specifieke behoeften.

Professionalisering.

02

Interne communicatie

Geregeld overleg tussen leerkrachten over behaalde onderwijsdoelen.

Didactische vergadering.

03

Contacten met ouders

Tijdig adviseren vervolgonderwijs.

Datum vaststellen.

04

Opbrengsten

Blijven streven naar zo hoog mogelijke opbrengsten.

Kritische houding.

05

Leerstofaanbod en toets- instrumenten

Overgang naar DLE scores

Aanstellen domeinbeheerder.

Interne begeleiding.

06

07

08

09

10

Het schoolplan geeft globaal de verbeterdoelen aan. Per jaar zullen we de verbeterdoelen uitgebreider beschrijven (SMART) in het jaarplan. Aan het eind van ieder schooljaar zullen we terugblikken, of we verbeterdoelen en in voldoende mate gerealiseerd hebben. We plannen daartoe jaarlijks een evaluatiemoment. Tevens bespreken we tijdens de evaluatie de Opbrengsten van de school. De bevindingen worden opgenomen in het jaarverslag.