Mijlpalen en toetsing

Schoolrijpheid
Als een kind de leeftijd van 6 à 7 jaar bereikt, heeft het de grootste lichamelijke groei achter de rug. Als de groei zich zo door zou zetten als in deze eerste fase, dan werden we reuzen! De schoolrijpheid en het "wakker worden" om op een andere manier te gaan leren is te herkennen aan bijvoorbeeld: De motoriek en hierin ook de links-rechts coördinatie en de evenwichtszin, het tandenwisselen, het doelgericht spelen, het af kunnen maken van taken, het uit zich zelf anderen gaan helpen, het weerbaarder zijn en het meer abstracte begripsvermogen.
Het is heel belangrijk om echt schoolrijp te zijn voor het kind de stap naar de eerste klas gaat zetten, omdat de pedagogische aanpak van kleuters en schoolkinderen essentieel verschilt. De beslissing over het overgaan naar de eerste klas wordt in samenspraak met de ouders genomen. De schoolarts, de schoolbegeleidingsdienst, de logopedist, en eventueel een antroposofisch arts hebben hierin een adviserende rol.

Het leerling-volgsysteem
Het leerling-volgsysteem is een middel dat de klassenleerkracht kan helpen om een duidelijker beeld te krijgen van zijn/haar kinderen in de klas.
Voor de oudste kleuters wordt er twee maal per jaar een lijst ingevuld, waardoor de ontwikkeling van het kind kan worden gevolgd. Deze lijst is opgesteld door de leerkracht met behulp van de intern begeleider. De lijst is zo samengesteld dat geen onderdeel wordt vergeten.
Voor de eerste klas hanteren wij geen genormeerde toetsen, maar toetsen die bij ons onderwijs passen.

Onze school hanteert het "protocol dyslexie" beginnende bij de oudste kleuters. De toetsen voor de eerste klas zijn hierin wel genormeerd. In het schooljaar 2004/2005 wordt het protocol voor de oudste kleuters nog aangepast en maken we een start met doorvoering vanaf klas 3. Eind eerste klas vindt het tweede klas onderzoek plaats voor die kinderen, die de toetsen van het dyslexie protocol niet halen.
Het tweede klas onderzoek kijkt vooral naar de leervoorwaarden. Het is een observatie-instrument dat bestaat uit een aantal onderdelen.
Te weten:
-motorische vaardigheden
-rechts-links dominantie
-auditieve vaardigheden
-volgorden en oriëntatie in de tijd (geheugen)
-getalsinzicht.
Naast deze toets worden er vanaf klas 2 twee keer per jaar (in november en in april/mei) genormeerde taal en rekentoetsen afgenomen en 1 keer per jaar een toets, die ook het sociale en emotionele aspect van het kind naar voren brengt.
Eventuele leerstoornissen of achterstanden kunnen zo op tijd worden gesignaleerd en aangepakt.
In samenspraak met ouders, leerkrachten en Remedial Teacher (zie hoofdstuk 3.1) en evt. antroposofisch arts, wordt geprobeerd de oorzaken hiervan te achterhalen en in pedagogische of therapeutische zin hierop in te spelen. Er wordt dan een behandelingsplan opgesteld.
Het is dus per kind verschillend hoe deze aanpak zal zijn en of de leerkracht dit zelf doet, met behulp van de remedial teacher of hulp van buitenaf.
Van elk kind wordt er een dossier bijgehouden met de belangrijkste informatie die nodig is om een goed beeld van elk kind te kunnen krijgen. Deze informatie omvat verslagen van kinderbesprekingen, therapieverslagen, behandelingsplannen enz.
Binnen ons team is een leerkracht aangesteld als intern begeleider die dit leerling-volg-systeem coördineert. Deze leerkracht kan ook de andere leerkrachten adviseren om bepaalde onderzoeken in de klas te houden als blijkt dat meerdere kinderen ergens problemen mee hebben.

Door op deze wijze gegevens van de kinderen te verzamelen is het ook gemakkelijker om de ouders een goed beeld van de ontwikkeling van hun kind te geven. Bij eventuele overplaatsing is relevante informatie steeds voorhanden.
Indien ouders dit wensen, kunnen zij inzage krijgen in het dossier van hun kind, nadat zij dit gevraagd hebben aan de klassenleerkracht en alleen in diens aanwezigheid.


Getuigschriften
Aan het eind van elk schooljaar wordt door de leerkrachten voor ieder kind een getuigschrift gemaakt. De ouders vinden daar de ontwikkelingsgang in beschreven die hun kind heeft doorgemaakt. Hier wordt in vermeld hoe ver het kind is, welke individuele ondersteuning het gehad heeft en waar het nog extra hulp in nodig heeft. Verder geeft elke vakleerkracht hierin aan wat er in de vakles gedaan is en hoe het met het kind in zijn les gesteld is.
Voor de kinderen is er een gedicht, verhaal of iets dergelijks bij, waardoor het ook echt hun getuigschrift wordt.

Aansluiting ander onderwijs
Na de zesde klas kan de leerling kiezen voor de bovenbouw van de Vrije Scholen of voor ander voorgezet onderwijs. De aansluiting naar voortgezet onderwijs kan zonder problemen verlopen als dit onderwijs juist gekozen is bij het niveau van de leerling. De bovenbouw van De Toermalijn sluit nauw aan bij de onderbouw.
De wijze waarop het onderwijs gegeven wordt op de Vrije Scholen is afwijkend van reguliere scholen. Bij de overstap naar een andere vorm van onderwijs zal het kind in de regel moeten wennen. De leerinhoud van rekenen en taal komt na de derde klas en zesde klas ongeveer overeen met dat van reguliere scholen. Een eventuele overstap is dan het makkelijkst te maken. "Zaakvakken" zoals dierkunde, aardrijkskunde en geschiedenis hebben een afwijkende inhoud. Na de zesde klas is ook hierbij de basis gelegd die nodig is om bij het voortgezet onderwijs in te stappen.



Nio - einde basisschool - toets

Elk jaar wordt deze toets op De Toermalijn afgenomen. Voorheen heette het de Givo - toets. Deze is nu in een verbeterderde versie uitgebracht en heet nu Nio- toets.
De nio is een test die op een relatief snelle wijze een betrouwbare en valide indicatie geeft van het taalkundig en rekenkundig-ruimtelijk inzicht van de leerling. De genormeerde totaalscore (NIO-totaal) kan gezien worden als een algemene intelligentie-index waarbij leerlingen vergeleken worden met de landelijke populatie van leerlingen in hetzelfde leerjaar. Ook kan het individuele niveau van de leerling op de twee intelligentiefactoren en op de totaalscore vergeleken worden met de verschillende populaties leerlingen van afzonderlijke onderwijsniveaus: Praktijkonderwijs, Leerwegondersteunend onderwijs, Basisberoepsgerichte leerweg, Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengd-Theoretische leerweg, en HAVO en VWO.
Op deze wijze kan de NIO bij advies en selectie met betrekking tot het voortgezet onderwijs, en voor extra zorg binnen het onderwijs, een zinvolle aanvulling zijn op het advies gebaseerd op schoolvorderingen en wensen en verwachtingen van leerlingen en ouders.
Tot nu toe blijkt dat de verwachtingen van de school overeenkomen met de behaalde resultaten. Het resultaat van het afgelopen schooljaar kunt u lezen in de schoolgids.

nio toets

Lees hier meer over de NIO toets

Voor vragen en meer informatie

E-mail de Toermalijn: info@de-toermalijn.nl

E-mail Peuterspeelklas Morgenland: morgenland@de-toermalijn.nl

Ook kunt u bellen met 0252-524899

Adressen:

Basisschool de Toermalijn, Mauritslaan 5, 2181 SK Hillegom

Antroposofische Peuterspeelklas Morgenland, Pr. Irenelaan 16, 2181 CZ Hillegom